Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 6

zoek de namen der latere bewoners te vermelden, kan de Commissaris der Koningin beter beoordeelen, of vergunning, b.v. met het oog op het aanwezig zijn van voldoende middelen van bestaan, kan worden verleend. Ook wordt hierdoor de taak der politie bij het opsporen van overtredingen en de taak van het 0. M. bij den bewijslast aanmerkelijk verlicht. Zoodra slechts blijkt, dat in den woonwagen of het woonschip öf in het geheel geen vergunning duidelijk is opgehangen (art. 20) öf een persoon, als wonende of nachtverblijf hebbende, aanwezig wordt bevonden die niet in de vergunning genoemd is (art. 5, lid 1, art. 22), kan een veroordeeling volgen.

Door de bepaling van het tweede lid, dat de Burgemeester der tijdelijke verblijfplaats in de namen der toegelaten personen verandering kan brengen, wordt gewaakt, dat de bepaling van het eerste lid van dit artikel Voor de bewoners te drukkend wordt.

Ten aanzien van het tweede lid worde voorts nog opgemerkt, dat de Burgemeester bevoegd, niet verplicht is op verzoek van den houder de wijziging of aanvulling aan te brengen. Indien b.v. gevraagd wordt aanvulling of wijziging met een persoon, op grond waarvan de Commissaris de vergunning had kunnen weigeren (art. 11, sub 1) zal óók de Burgemeester de inschrijving van dien naam in de vergunning kunnen weigeren.

Onder wijziging wordt verstaan : schrapping van een ingeschreven naam, al of niet vergezeld van een in-de-plaatsstelling van een anderen naam.

Onder aanvulling wordt verstaan : toevoeging van een anderen naam, voor zoover nog niet het maximum van het geoorloofde aantal bewoners, volgens art. 4, was bereikt."

— Zie voor de nadere voorschriften, in het derde lid bedoeld, art. 26 van het, hierna als bijlage opgenomen, besluit van 28 Juli 1919, S. 530.

Art. 6. In de vergunning vermeldt Onze Commissaris letter en nummer der vergunning, welke op duidelijk waarneembare wijze uitwendig op den woonwagen

Sluiten