Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 14

schrift van het intrekkingsbesluit aan den houder der vergunning uitgereikt.

„Waar alle woonwagens en woonschepen van een nummer moeten zijn voorzien, zal het niet moeilijk vallen, desnoods door een aankondiging in het Algemeen Politieblad, de verblijfplaats van den woonwagen of het woonschip op te sporen.

Het opmaken van processen-verbaal van de uitreiking, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, is noodig, omdat met de uitreiking aanvangt de termijn voor het instellen van beroep (zie art. 16).

Het tweede lid van artikel 13 is slechts een nudum praeceptum waaraan geen rechtsgevolgen zijn verbonden." (M. v. T.)

Art. 14. Indien de houder der vergunning onherroepelijk tot eenige vrijheidsstraf is veroordeeld, zonder dat Onze Commissaris op dien grond de vergunning intrekt, wordt de vergunning, gedurende den tijd dat de houder de hem opgelegde straf ondergaat, geacht verleend te zijn aan den in den woonwagen of het woonschip verblijf houdenden echtgenoot of bij gebreke van dien aan den oudsten bewoner.

„In het algemeen is de houder der vergunning, ook indien hij niet meer in den woonwagen of het woonschip verblijft, strafrechtelijk verantwoordelijk voor de naleving der wet, zoolang de vergunning niet overeenkomstig art. 12, sub 6, is ingetrokken.

Het ware echter onbillijk den houder, die gedwongen is niet in den woonwagen of het woonschip te verblijven, toch strafrechtelijk aansprakelijk te stellen voor de overtreding van de artt. 19 en 20.

Aan den anderen kant moet er noodzakelijk een strafrechtelijk verantwoordelijk persoon zijn. Art. 14 strekt tot aanwijzing van dien persoon. Indien hij, die volgens dit artikel de verantwoordelijkheid zou dragen, hiertoe

Sluiten