Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 18

worden vernietigd. Ook is het gevaar voor misbruik niet groot, daar de strafbepalingen van de artt. 19 en 20 dan tevens nog blijven gelden." (M. v. T.)

— Verg. de tweede aanteekening op art. 15.

Art. 17. Bij het instellen van beroep kiest de aanvrager of houder eener vergunning, op straffe van niet ontvankelijkheid, in zijn verzoekschrift een bepaalde woonplaats binnen het Rijk in Europa.

De beslissing van Onzen Minister voornoemd wordt zoo spoedig mogelijk van wege den burgemeester der betrokken gemeente aan de gekozen woonplaats uitgereikt.

Van deze uitreiking wordt procesverbaal opgemaakt.

Wordt bij de beslissing gehandhaafd het besluit van Onzen Commissaris tot intrekking der vergunning, dan wordt de intrekking van kracht veertien dagen na dagteekening dezer beslissing.

In tegenstelling tot wat art. 16, j°. art. 13 ten aanzien v^n het eerste intrekkingsbesluit bepaalt, wordt de beslissing tot handhaving der introkking van kracht veertien dagen na de dagteekening, niet na de uitreiking, van die beslissing. Als grond daarvoor voert de Al. v. r. aan, dat, terwijl het besluit van den Commissaris der Koningin tot intrekking geheel onverwachts kan komen, hier de belanghebbenden, die zelf de administratie in bewegmg gezet hebben, van de behandeling der zaak op de hoogte kunnen, en dus behooren te blijven.

Art. 18. Binnen acht dagen, nadat een vergunning heeft opgehouden van kracht te zijn of nadat een besluit tot intrekking dier vergunning van kracht is geworden, wordt de verleende vergunning door den gewezen houder ingeleverd aan den burgemeester der gemeente,

Sluiten