Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 20

„Een centraal register is gewenscht, opdat de Commissarissen der Koningin b.v. bij aanvragen om een nieuwe vergunning gemakkelijk kunnen nagaan, hoe in het verleden de gedragingen van de verschillende bewoners van één woonwagen of woonschip zijn geweest.

Dit register door het Departement van Justitie te laten beheeren is raadzaam, omdat dit Departement tevens zorgt voor de uitgave van het Algemeen Politieblad, waarin in een afzonderlijk Bijblad mededeelingen uit het register moeten worden opgenomen.

Eenvoudige veranderingen van dé namen der personen, in de vergunning vermeld overeenkomstig art. 5, behoeven blijkens de bewoordingen van art. 18, lid 1, niet te worden medegedeeld. Dit zou te omslachtig worden." (M. v. T.)

— Derde lid. De hierbedoelde voorschriften zijn vastgesteld bij art. 29 van het besluit van 28 Juli 1919, S. 530, hierna als bijlage opgenomen.

Art. 20. Met geldboete van ten hoogste driehonderd gulden of hechtenis van ten hoogste drie maanden wordt gestraft de houder eener vergunning :

a. indien niet in den woonwagen of het woonschip op duidelijk waarneembare wijze is opgehangen de vergunning ;

b. indien een persoon, niet in de vergunning vermeld, in den woonwagen of het woonschip woont of nachtverblijf heeft, behoudens het bepaalde bij het tweede lid van artikel 4 dezer wet;

c. indien niet de letter en het nummer der vergunning uitwendig op. duidelijk waarneembare wijze, overeenkomstig de bepalingen van den algemeenen maatregel van bestuur, aan den woonwagen of het woonschip aangebracht en zichtbaar zijn.

Aanvankelijk volgden in het ontworpen artikel op den aanhef vier alinea's, waarvan

Sluiten