Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 24 —

Art. 24. Met geldboete van ten hoogste honderd gulden of hechtenis van ten hoogste één maand wordt gestraft over treding van artikel 18, lid 1, eersten zin, dezer wet.

Verg. het bepaalde bij art. 53 der Drankwet.

Art. 25. Op overtreding van den krachtens deze wet vastgestelden algemeenen maatregel van bestuur kan, voor zoover daarin niet reeds bij deze wet is voorzien, straf worden gesteld, doch geen andere of hoogere dan hetzij hechtenis van ten hoogste één maand of geldboete van ten hoogste honderd gulden, hetzij geldboete van ten hoogste honderd gulden.

„Het is mogelijk, dat bij algemeenen maatregel van bestuur nog andere eischen, bijv. omtrent de verlichting van woonwagens, moeten, worden gesteld, die in deze wet niet zijn voorzien en waarop strafrechtelijke sanctie onmisbaar is." (M. v. T.)

Verg. het bepaalde bij de artt. 30 en 31

van het besluit van 28 Juli 1919, S. 630, hierna als bijlage opgenomen.

Art. 26. Bij overtreding van artikel 20 of artikel 21 dezer wet kan de woonwagen of het woonschip worden in be-

slag genomen.

Bij veroordeeling wegens overtreding van artikel 21 dezer wet kan de rechter bij het vonnis de vernietiging of de onbruikbaarmaking van den woonwagen of het woonschip gelasten, indiende woonwagen of het woonschip niet voldoet aan de eischen, gesteld in den algemeenen maatregel van bestuur, en blijkens het register, bedoeld in artikel 19 dezer wet, voor het gebruik van den woonwagen

Sluiten