Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 31

treffende woonwagens en woonschepen vervallen bij het in werking treden dezer wet.

De gemeenteraden blijven bevoegd bepalingen vast te stellen betreffende de plaats, door woonwagens en woonschepen bij verblijf binnen de gemeente in te nemen, alsmede omtrent de voldoening van gelden tot gering bedrag voor een standplaats op openbare plaatsen, wanneer het verblijf binnen de gemeente een bepaalden bij de verordening vast te stellen termijn te boven gaat. Deze termijn mag niet korter worden gesteld dan veertien al dan niet achtereenvolgende dagen binnen hetzelfde kalenderjaar.

Het artikel, zooals dit oorspronkelijk was voorgesteld, beperkte zich tot de volgende bepalingen :

„Alle provinciale-, plaatselijke- en waterschapsverordeningen betreffende woonwagens en woonschepen vervallen bij het in werking treden dezer wet.

De gemeenteraden blijvenb evoegd bepalingen vast te stellen betreffende de plaats, door woonwagens en woonschepen bij verblijf binnen de gemeente in te nemen."

De M. v. T. vestigde bij deze bepalingen er de aandacht op, dat „in tal van gemeenteverordeningen het verblijf in de gemeente met woonwagens en woonschepen öf geheel wordt verboden öf slechts voor een bepaalden tijd wordt toegelaten. Terwijl tegen een dergelijk weren van de bewoners van woonwagens en woonschepen uit bepaalde gemeenten billijkerwijze geen beletselen mochten worden in den weg gesteld, zoolang tal van bewoners dier voer- en vaartuigen personen waren zonder middelen van bestaan, wier verblijfplaats erger was dan „krotten", die in de gemeenten evenmin meer geduld worden, zal thans de toestand veranderen. Wanneer na de invoering dezer wet woonwagens en woonschepen alléén nog zullen mogen voorkomen (behoudens de overgangsbepaling) in voldoend bewoon-

Sluiten