Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 35

armlastigen bewoonde wagens zouden gaan bewonen, om ze daardoor aan de algeheele onbewoonbaarheid te onttrekken.

Behalve dat bij eene afzonderlijke wijzigingswet van 11 Janua i 1919, S. 16, de in de wet opgenomen termijn „binnen drie maanden na de afkondiging der wet" veranderd is in : „binnen drie maanden na de inwerkingtreding der wet", is bij die wijzigingswet ook het derde lid nog aan het artikel toegevoegd.

Aanvankelijk lag het in de bedoeling der Kegeering te bevorderen, dat de wet op 1 Februari 1919 in werking zou treden. De datum van 1 Februari werd gekozen om de geldelijke gevolgen van die inwerkingtreding voor de gemeenten zoo weinig mogelijk bezwarend te maken. Immers hebben, gelijk reeds bij de schriftelijke gedachtenwisseling is opgemerkt, tal van bewoners van woonwagens en woonschepen, die des zomers plegen rond te trekken, des winters een vrij vast verblijf in ééne gemeente en de meesten hunner zullen dus op 1 Februari vertoeven in die gemeente, waartoe zij geacht kunnen worden nog het meest in betrekking te staan.

De datum van 1 Februari 1919 is echter te vroeg gebleken om eene behoorlijke voorbereiding van den algemeenen maatregel van bestuur mogelijk te maken. O. m. in verband daarmede is de overgangsbepaling van art. 35 — en als gevolg daarvan ook art. 34 — nog vóór de inwerkingtreding van de wet gewijzigd. Tegen handhaving van den termijn van drie maanden na de afkondiging der wet bestond het bezwaar, dat dan öf de bij de aanvraag om vergunning te doene opgaven zouden moeten worden ingeleverd nog voordat de algemeene maatregel van bestuur, houdende o. m. strafbepalingen tegen het opzettelijk doen van onjuiste opgaven, gereed kon zijn, öf de afkondiging der wet zou moeten zijn aangehouden, in welk geval aan personen, die nog geen woonwagen of woonschip bezitten, de gelegenheid zou zijn verschaft er alsnog een aan te schaffen, welke niet aan de nieuwe eischen zal voldoen. Maar bovendien zouden, zonder wijziging van de overgangsbepaling, de bewoners van bestaande woonwagens en woonschepen tijdelijk die voer- of vaartuigen niet

3*

Sluiten