is toegevoegd aan uw favorieten.

Wet van den 26sten Juli 1918, S. 492, zooals die wet is gewijzigd bij de wet van 11 Januari 1919, S. 16, houdende regeling betreffende woonwagens en woonschepen (Wet op woonwagens en woonschepen 1918, S.492)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 36

mogen gebruiken. Dit nu ging niet aan. Mits zij binnen drie maanden na de inwerkingtreding der wet vergunning aanvragen, moet het hun geoorlóofd zijn, den woonwagen of het woonschip zonder vergunning te blijven bewonen totdat de aangevraagde vergunning is verleend of de aanvraag om vergunning is vervallen (verg. daaromtrent ook art. 11 van het als bijlage hierachter opgenomen besluit van 28 Juli 1919, S. 530) of ingetrokken, of anders, d. i. dus ingeval van weigering van de aangevraagde vergunning, tot 1 Februari 1920.

Deze laatste bepaling werd noodig geacht, omdat eerst op 1 Februari 1920 de bestaande woonwagens en woonschepen, met betrekking tot welke in den loop van 1919, na de inwerkingtreding der wet, vergunning zal worden aangevraagd, zich in het algemeen weder zullen bevinden in de gemeente, waartoe zij nog het meest in betrekking staan ; bovendien dient, in verband met den heerschenden woningnood, aan bewoners, van bestaande woonwagens en woonschepen, wien de vergunning wordt geweigerd, de noodige tijd te worden gelaten om naar andere huisvesting om te zien.

Art. 36. Indien Wij, Gedeputeerde Staten gehoord, oordeelen dat door de uitgaven aan armenzorg ten behoeve van armlastige niet-ingezetenen, welke voor een gemeente of een burgerlijke instelling van weldadigheid een gevolg zijn van het in werking treden dezer wet, het totaal bedrag der vorige uitgaven tot gelijk doel een te groote vermeerdering zou ondergaan, kan aan die gemeente of burgerlijke instelling uit 's Rijks _as tijdelijk subsidie worden verleend. Van Ons besluit wordt melding gemaakt in de Nederlcmdsche Staatscourant.

De bepaling van dit artikel is slechts gedurende tien jaren na het in werking treden dezer wet van kracht.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat