is toegevoegd aan uw favorieten.

Wet van den 26sten Juli 1918, S. 492, zooals die wet is gewijzigd bij de wet van 11 Januari 1919, S. 16, houdende regeling betreffende woonwagens en woonschepen (Wet op woonwagens en woonschepen 1918, S.492)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S. & J. N". 94.

DERDE AANVULLING

dub

WET

houdende regeling betreffende woonwagens en woonschepen.

Wet van den 2fbsten Maart 1920, S. 150, tot wijziging van artikel 35 van de Wet op Woonwagens en Woonschepen 1918 (Staatsblad n°. 492), zooals dat is aangevuld bij art. 2 van de wet van den 1 lden Januari 1919 (Staatsbladl n°. 16).

Zie betreffende deze wet :

Bijl. Hand. 2e Kamer 1919/20, n°. 345, 1-—5.

Hand. id. 1919/20 bladz. 1432.

Hand. le Kamer 1919/20, bladz. 605, 609.

Wij WILHELM1NA, enz. . . doen te weten :

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat wijziging- van artikel 35 van de Wet op Woonwagens en Woonschepen 1918 (Staatsblad n°. 492), zooals dat is aangevuld bij artikel 2 van de wet van den llden Januari 1919 (Staatsblad n°. 16), noodzakelijk is ;

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State, enz.

Eenig artikel.

In artikel 35 van de Wet op Woonwagens en Woonschepen 1918 (Staatsblad n°. 492), zooals dat is aangevuld bij artikel 2 van de wet van den llden Januari 1919 (Staatsblad n°. 16), wordt in plaats van : „en anders tot 1 februari 1920" gelezen : „en anders tot 1 Februari 1921".

Lasten en bevelen, enz.

Gegeven te 's-Gravenhage, den 26sten Maart 1920.

WILHELMINA.

De Minister van Justitie, Heemskerk.

De Minister van Arbeid, Aalberse.

(Uitgeg. 7 April 1920.)