Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangaat een overeenkomstig art. 8 ingeschreven buitenlandsch merk binnen negen maanden na de daar aan het slot voorgeschreven mededeeling, bij door hem of zijn gemachtigde onderteekend verzoekschrift tot de arrondissementsrechtbank te 's Gravenhage wenden, ten einde de inschrijving worde nietig verklaard.

Ook na verloop van de in het eerste lid vermelde termijnen kan de daar genoemde rechthebbende op gelijke wijze de nietigverklaring der inschrijving verzoeken, ingeval zijn recht uit een rechterlijk gewijsde blijkt.

Binnen het tijdsverloop in het eerste lid genoemd, kan, indien het merk in strijd is met de bepaling van het voorlaatste lid van art. 4, door den Officier van Justitie bij de in het eerste lid genoemde rechtbank worden gevorderd, dat de inschrijving worde nietig verklaard.

Zie de eerste aanteekening op art. 3.

— Lid 1 van dit artikel is aldus gewijzigd bij de wet van 8 Februari 1912, S. 64.

— Zie de aanteekening op art. 3.

-z- Wanneer eenmaal de bij dit artikel gestelde termijn van zes maanden om de nietigverklaring der inschrijving van een merk te verzoeken, verstreken is, dan kan zoodanig verzoek ook op geenerlei wijze meer gedaan worden, in het bijzonder niet door tusschenkomst ot voeging al mocht die in de onderwerpelijke zaak ook in het algemeen bestaanbaar zijn. (Beschikking van den Hoogen Raad van 21 November 1904, W. 8144.)

— Het verzoek tot nietigverklaring der inschrijving van een merk ingevolge dit artikel, wordt voldoende gerechtvaardigd door het bewijs, dat de verzoeker daarvan eerder gebruik heeft gemaakt dan hij , die dit merk deed inschrijven. Het bewijs, dat de verzoeker het

Sluiten