Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

telijk wordt medegedeeld, en, indien het een overeenkomstig art. 5 ingeschreven merk betreft, aan den inzender wordt bekend gemaakt door beteekening, vanwege den verzoeker of den Officier van Justitie, van het verzoek of de vordering en het daarop gegeven appointement, binnen veertien dagten na de dagteekening van dit laatste.

Geldt het een overeenkomstig art. 8 ingeschreven merk, dan geeft het Bureau voor den industrieel en eigendom van het verzoek of de vordering kennis aan het Internationaal Bureau te Bern en deelt aan dit Bureau zoodra mogelijk den door de rechtbank voor het verhoor bepaalden dag mede, en wel ten minste eene maand of drie maanden te voren, naar gelang de inzender in of buiten

Europa woont.

Bij het verhoor kan de verzoeker, en in het geval voorzien bij het tweede lid van art. 10 de Officier van Justitie de gronden, waarop zijn verzoek of zijne vordering berust, mondeling uiteenzetten.

Vóór het sluiten van een verhoor, als in dit artikel voorgeschreven, bepaalt de rechter den dag, waarop hij zijne beslissing geven zal.

Zie de eerste aanteekening op art. 3.

—De termijn van kennisgeving is in het 4de lid van dat artikel gesteld op eene maand, indien de inzender in Europa, tot drie maanden indien hij buiten dat werelddeel woont Daarnevens zal zoodanige kennisgeving aan eenen in Indie wonenden inzender spoedshalve moeten geschieden door middel van een bericht van het Bureau hier te lande aan het betrokken Hulpbureau. (M. v. T.)

Volgens het verslag der C. v. R. 2e Kamer

achtte men het wenschelijk te bepalen dat ook de directeur de verdediging der weigering door

Sluiten