Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot nietigverklaring van de inschrijving niet ontvankelijk is.

De eerste alinea van dit artikel is aldus aangevuld, de tweede alinea, voor zooveel n°. 2°. en 3°. betreft, aldus gewijzigd, terwijl de nos. 4°. en 5°. zijn vervallen, een en ander bij de wet van 30 December 1904, S. 284.

Art. 24. Van de bij art. 15, eerste en tweede lid, bedoelde beschikkingen van de rechtbank en het gerechtshof te 's Gravenhage en van den Hoogen Raad en van alle vonnissen en arresten, gewezen krachtens artikel 337 van het Wetboek van Strafrecht of in burgerlijke zaken betreffende fabrieks- of handelsmerken, wordt door den Griffier van het college een los afschrift gezonden aan het Bureau voor den industrieelen eigendom.

Deze toezending geschiedt van beschikkingen op verzoeken om de inschrijving van een merk te bevelen binnen acht dagen, van alle andere eindbeschikkingen, vonnissen en arresten binnen eene maand na de uitspraak.

Zie de eerste aanteekening op art. 3.

Dit artikel is aldus nader vastgesteld bij de wet van 30 December 1904, S. 284.

Art. 25. Deze wet is niet van toepassing op merken, die van overheidswege zijn vastgesteld.

Art. 26. Met het in werking treden dezer wet vervalt de wet van den 25sten Mei 1880 (Staatsblad n°. 85), zooals die is gewijzigd bij de wet van den 22sten Juli 1885 (Staatsblad n°. 140).

Art. 27. Deze wet treedt in werking op een door ons te bepalen dag en kan

Sluiten