is toegevoegd aan uw favorieten.

Wet van den 30 September 1893, S. 146, zooals die wet is gewijzigd bij de wetten van 30 December 1904, S. 284, 10 Februari 1910, S. 56, 7 Januari 1911, S. 5 en 8 Februari 1912, S. 64 houdende bepalingen op de fabrieks- en handelsmerken (merkenwet)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. Binnen één maand na den dag der beslissing van den kantonrechter kan door hem, die daarbij geheel of gedeeltelijk in het ongelijk is gesteld, hooger oeroep worden ingesteld bij de arrondissements-rechtbank, die in raadkamer beslist. Het derde lid vindt overeenkomstige toepassing.

5. Binnen één maand na den dag der beslissing van de arrondissements-rechtbank kan door hem, die daarbij geheel of gedeeltelijk in het ongelijk is gesteld, beroep in cassatie worden ingesteld. Het daartoe strekkend verzoekschrift wordt aan de wederpartij beteekend.

6. De kantonrechter kan de voorloopige tenuitvoerlegging zijner beschikking bevelen.

7. 1. Hij die een handelsnaam voert in strijd met deze wet, wordt gestraft met eene geldboete van ten hoogste vijfhonderd gulden.

2. Het feit wordt beschouwd als overtreding.

3. Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen twee jaren zijn verloopen sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijke overtreding onherroepelijk is geworden of de daarbij opgelegde geldboete is betaald, kan, in plaats van de geldboete, hechtenis van ten hoogste veertien dagen worden opgelegd.

4. Wordt de handelsnaam gevoerd door eene vennootschap onder eene firma, dan wordt de overtreding geacht te zijn gepleegd door ieder der vennooten ; geschiedt het door eene vennootschap en commandite, dan wordt zij geacht te zijn gepleegd door den beheerenden vennoot of, zijn er meer dan één, door ieder hunner; geschiedt het door eene naamlooze vennootschap, eene wederkeerige verzekeringsof waarborgmaatschappij, eene coöperatieve of andere vereeniging of door eene stichting, dan wordt zij geacht te zijn gepleegd door de leden van het bestuur.

5. De ambtenaar van het openbaar ministerie, kan, alvorens tot vervolging van het strafbaar feit over te gaan, dengene die den verboden handelsnaam voert, de wijziging mededeelen, die den ambtenaar noodig voorkomt om de onrechtmatigheid van den handelsnaam op te heffen ; daarbij wordt een bekwame termijn gesteld om die wijziging|aan te brengen. Wordt die wijziging binnen den gestelden termijn aangebracht, dan is het recht tot strafvordering vervallen.

8. In het eerste lid van artikel 36 van het Wetboek van Koophandel worden de woorden „heeft geene firma, noch draagt" vervangen door : „draagt niet".

9. 1. In artikel 337 van het Wetboek van Strafrecht wordt in plaats van „naam, de firma of het merk", gelezen: „naam of de firma van een ander, of van het merk".

2. In artikel 10 der Merken wet wordt in plaats van „of den naam of de firma bevat, waarop een ander recht heeft, kan hij, die be-