Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rekenen te worden uitgenoodigd, van eene zitplaats te voorzien. Beperking der invitaties scheen dus een eisch der wellevendheid. Daar echter na het rondzenden der uitnoodigingen op ondubbelzinnige wijze, bleek dat dit motief voor beperking geenszins algemeen ingang vond, besloot de Commissie van Uitvoering den knoop door te hakken en ook hen te vragen, die zij slechts noode had overgeslagen en op eene uitnoodiging gemeend hadden te mogen rekenen. Waar dus velen waren geroepen en slechts weinigen waren thuisgebleven, was het voor een auditorium, dat grootendeels staande de plechtigheid bijwoonde, dat de Voorzitter van het Departement Leiden naar voren trad tot het uitspreken van een geestdriftig welkom. Op het podium, waar zich de Voorzitter bevond, hadden bovendien plaats genomen Mr. N. de Ridder, die straks de tentoonstelling zou openen, Professor Lorentz, die zich bereid verklaard had de feestrede uit te spreken en verder nog eenige leden van het Hoofdbetuur van Nijverheid, Mr. J. C. Everwijn en het voltallig Bestuur van het Departement Leiden. De openingsrede van den Heer J. Hartevelt Azn. luidde in haar geheel als volgt:

„Mijnheer de Burgemeester, Mijne Heeren Directeuren voor zoover hier aanwezig, Dames en Heeren,

„Als Voorzitter van het Departement Leiden der Maatschappij van Nijverheid verheugt het mij U allen, in welke hoedanigheid U ook. hier tegenwoordig zijt, het welkom toe te roepen en U dank te. zeggen voor Uw

Sluiten