Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te verschuiven. In het begin van Juni kon echter met voldoende zekerheid gezegd worden, dat de stroomlevering op den bepaalden tijd zou kunnen geschieden.

In het begin van September kon het eerste electrische lampje in de Gehoorzaal ontstoken worden, en bij de opening der tentoonstelling was het kabelleggen zoover gevorderd, dat langs verschillende wegen stroom aan de Gehoorzaal kon worden toegevoerd, zoodat de expositie niet door het defect raken van één kabel van haar eerste levensvoorwaarde: de aanwezigheid der electrische energie, beroofd kon worden.

In het sousterrain van het gebouw kwamen de leidingen der Centrale bijeen en daar werd met behulp van 4 zoogen. transformatoren, elk van een vermogen van 40 Kilowatt, de hooggespannen stroom van de Centrale in lage spanning omgezet. In dezen vorm werd hij den exposanten ter beschikking gesteld, waartoe zich van de transformatoren draadgeleidingen uitspreidden naar alle grootere lokalen van het gebouw.

In het eerste gedeelte werd reeds in 't kort aangestipt, dat de buitenzijde van het gebouw benevens de foyer feestelijk verlicht waren. De hoofdlijnen van den gevel waren afgezet met ca. 560 electrische gloeilampjes en bovenaan prijkte het Leidsche wapen, roode sleutels in een witte omlijsting. Een viertal kwikdamplampen, bestemd om de gevel verlichting een meer bijzonder cachet te geven, weigerden echter hardnekkig, niettegenstaande alle pogingen, hun licht te laten schijnen.

Sluiten