Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid dd. 26 November 1880.

's Gravenhage 1881.

28. Rapport dei' Commissie van Hoofdingenieurs betreffende het plan eener Rijnvaart tusschen de Waal en het Noordzeekanaal, van den Directeur der Publieke Werken te Amsterdam.

April, 1880.

29. Rapport der Commissie van Hoofdingenieurs nopens een nader onderzoek naar de vereischte verbeteringen van de bestaande Keulsche vaart en betreffende een globaal ontwerp voor een waterweg van Amsterdam tot Utrecht.

30. Verslag van de Commissie belast met het onderzoek naar maatregen tot verbetering van het Noordzeekanaal aan de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Amsterdam.

Amsterdam 1895.

31. Berigt aan Z. E. den Minister van Binnenlandsche Zaken betreffende het Noordzeekanaal, en de uitwatering van Rijnland, Schermerboezem en Amstelland 1877.

32. Verslag der commissie benoemd bij K. 13. van 21 Mei 1886, No. 12, tot onderzoek naar de vereischten van eene haven voor visschersschepen te Scheveningen, naar de kosten van den aanleg daaraan verbonden en naar de wijze waarop aan zoodanig werk uitvoering zou kunnen worden gegeven.

's-Gravenhage 1887.

33. Rapport der commissie van Hoofdingenieurs nopens een nader onderzoek naar de vereischte verbeteringen van de bestaande Keulsche \ aart en betreffende een globaal ontwerp voor een waterweg naar Amsterdam tot Utrecht, de verbeterde Keulsche Vaart volgende en verder over Wijk bij Duurstede naar de Waal bij Tiel.

's-Gravenhage 1880.

34. Rapport der Commissie van Hoofdingenieurs betreffende eene aanvraag van den heer J. G. Jager te Amsterdam, om concessie voor den aanleg van een kanaal door de Geldersche vallei, ter verbinding van Amsterdam met den Boven-Rijn en voor de droogmaking der plassen beoosten de Vecht.

's-Gravenhage 1880.

35. Verslag van de Commissie benoemd door deNederlandsche Maatschappij ter bevordering van Nijverheid ter overwe-

Sluiten