Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het jaar 1882 werd weder eene tentoonstelling gehouden van voorwerpen, vervaardigd door werklieden in de verschillende takken van nijverheid.

In het jaar 1895 besloot het Departement tot het houden van eene gas-tentoonstelling, welke eveneens eenen gunstigen uitslag had.

De tentoonstelling van 1903, van Toegepaste Moderne Kunst, ligt nog te versch in het geheugen, om niet te durven beweren, dat, afgezien de minder gunstig geldelijke uitkomst, toch, vooral door de beslissing van bet Departement, het tekort voor zijne rekening te nemen, ook deze tentoonstelling met eere mag genoemd worden in de ondernemingen van het Departement.

Lezingen over onderwerpen van maatschappelijken aard hadden steeds plaats, wanneer gebeurtenissen als: ongevallenwet, arbeidswet, pensioen voor iedereen, enz. aan de orde waren.

Van meer plaatselijken aard mogen genoemd worden die over eene verbinding der Rijnoevers door middel van eene zweefbrug (pont il transbordeur), over een electrische centrale, over het aanleggen van electrische trams, enz.

Geldelijke bijdragen werden verstrekt aan verschillende inrichtingen en vereenigingen. Genoemd mogen hier worden: de Ambachtsschool, de Vereeniging tot herstelling der Groote Kerk, het Bureau van Handelsinlichtingen enz.

Gemeenschappelüke tochten werden vooral in de laatste jaren meer gehouden. Voor eenige jaren had zulk een tocht plaats naar de nieuwe spoor- en voetbrug te Westervoort en naar de machinale steenfabriek van den Heer H. Kooij Jr. in de Kleefsche Waard; daarna toog men naar Nijmegen, om te kunnen vaststellen, dat daar reeds in volle werking is een slachthuis, eene inrichting, die men hier ter stede nog mist, en om te bezichtigen de drukkerij der firma G. .1. ïhieme.

Voor eenige maanden mochten de le Nederlandsche Kijwielfabriek, voorheen Burgers, en de Kon. Deventersche Tapijtfabriek, beiden te Deventer, door een groot aantal leden van het Departement bezichtigd worden.

Algemeene vergaderingen hadden hier ter stede plaats in de jaren: 1860, 1868, 1879, 1894 en 1905, achtereenvolgens onder leiding van de Voorzitters Dr. G. Simons, Prof. A. H. van der Boon Meseh, J. W. L. van Oordt. S. J. Graaf van Limburg Stiruin en Jhr. C. F. van de Poll.

In het jaar 1868 mocht het Departement zich het grootste der Maatschappij noemen. Thans neemt het, na Amsterdam, Utrecht en 's-Gravenhage, de vierde plaats in.

Moge de toeneming der nijverheid in deze gemeente en de toetreding der nij veren en belangstellenden tot het Departement van dien aard zijn, dat bij eene volgende Algemeene Vergadering Arnhem weêr het grootste Departement mag worden genoemd.

Sluiten