Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meisjes- en jongedochtersvereenigingen. — Wat de vrucht van dezen arbeid gedurende 25 jaren voor de eeuwigheid aangaat, geloof ik dat het antwoord van onderwijzers en onderwijzeressen, als men er hen naar vraagt, verschillend zal zijn. Dikwijls hoort men de klacht: het is alsof men op rotsen ploegt, vooral als de kinderen wat ouder worden, maar ook blijkt het menigmaal hoe ontvankelijk liet kinderhart voor het goede zaad van Gods Woord is. Zeker zal in ieder geval hiernamaals blijken dat de arbeid niet ijdel was in den Heer. Laten wij slechts voortgaan in 's Heeren kracht, onder afbidding van 's Heeren zegen en in het vertrouwen dat het zaad, in kinderharten uitgestrooid, zoo niet terstond, dan toch op lateren leeftijd ontkiemen zal.

H. M. Sasse.

De I^napen- en de dongeliedenvereeniging „Samuel".

„De jongens moeten aan de deur der Zondagschool worden opgewacht," zoo vermaande de Jongelingsbode, toen deze eenige jaren geleden belangstelling trachtte te wekken voor den arbeid onder do knapen. Voorzeker, niet overbodig was zulk een roepstem, wijl zoovele bevorderaars van Zondagschoolarbeid en jongelingsvereenigingen de jongens van 12— 16 jaar aan hun lot overlieten. Wat moest men ook met zulke knapen beginnen? Geen kind meer en lang nog geen man, kon men ze niet als schooljongens behandelen en voor de vrijheid van een jongelingsvereeniging waren zij niet rijp. Gode zij dank, in onze goede stad Leiden werden zij niet vergeten. Lang voordat het orgaan van het Ned. Jongelingsverbond bovenstaande vermaning bevatte, was het de overtuiging van den voorzitter van de Christ. Wijkvereeniging, „dat de jongens aan de deur der Zondagschool moesten worden opgewacht." Op 3 October 1S77., dus ruim 22 jaren geleden, werd onze jongeliedenvereeniging Samuel in het leven geroepen, waarvan Ds. De Wolff gedurende 13 jaren de

Sluiten