Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O . ö

Daar sec — steeds groot er is dan 1, a = sec-—.

2 iS

Omdat de projectie equivalent is heeft men

S = ab = 1

i » 1 *

dus o = — = cos —a 2

en daar tang — = -—j—j (zie Bladz. 10)

ö 2 a + 1 v '

%

tang y = tang2 —.

d 2 ca a b S = ab 5 2 M a b S = ab

0° 0° 0' 1.000 1.000 1.000 50° 11° 15' 1.103 0.906 1.000

5° 0 7 1.001 0.999 1.000 55° 13 42 1.127- 0.887 1.000

10° 0 26 1.004 0.996 1.000 60° 16 26 1.155 0.866 1.000

15° 0 59 1.009 0.991 1.000 65° 19 25 1.186 0.843 1.000

20° 1 45 1.015 0.985 1.000 70° 22 43 1.221 0.819 1.000

25° 2 45 1.024 0.976 1.000 75° 26 17 1.260 0.793 1.000

30° 3 58 1.035 0.966 1.000 80° 30 11 1.305 0.766 1.000

35° 5 26 1.049 0.954 1.000 85° 34 24 1.356 0.737 1.000

40° 7 7 1.064 0.940 1.000 90° 38 57 1.414 0.707 1.000

45° 9 4 1.082 0.924 1.000

c. De conforme azimutale projectie, (van Hipparcbus)

Zooals reeds werd opgemerkt is de conformiteit der kaart een eigenschap van beperkte beteekenis, zij geldt slechts voor de kleinste deelen, niet voor de kaart als geheel.

Op een conforme kaart wordt de indikatrix als een ellips met even grotfle assen, dus als cirkel afgebeeld, a = b, S = a2 of b2. In een willekeurig punt B, waarvan de zenitsafstand op den bol gelijk S is, zullen de afwijkingen in alle richtingen even groot moeten zijn, een zijdevergrooting a, heeft steeds een oppervlakte vergrooting a2 tengevolge.

De straal .MB' = m voor een punt B (fig. 6) moet zoo gekozen worden, dat de omtrek van de met haar beschreven horizontaalcirkel der kaart zich verhoudt tot den omtrek van den overeenkomenden horizontaalcirkel op den bol, als de oppervlakte van den cirkel op de kaart tot de oppervlakte van het bolsegment.

DB — sin <?.

De straal m van den cirkel die even groot is als het af te beelden bolsegment is (zie bladz. 15)

3

MB = 2 r sin —.

L

De oppervlakken van twee cirkels verhouden zich als de vierkanten van hunne stralen, dus:

Sluiten