Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IV.

DE CYLINDERPROJECTIES.

Zooals reeds werd opgemerkt, gaat bij de kegelvormige projectie de kegelmantel in een cvlindermantel over wanneer n — 0 wordt. Bij de ontwikkeling van het cylindervlak doen de meridianen zich als evenwijdige rechte lijnen voor, de stralen der parallelcirkels zijn oneindig groot en worden daarom geen cirkels op de afbeelding, maar gaan ook over in evenwijdige rechte lijnen.

Normale cylindervormige kaartprojecties zijn afbeeldingen van het boloppervlak op het platte vlak, waarbij meridianen en parallellen als evenwijdige rechte lijnen weergegeven worden, de parallellen snijden de meridianen onder rechte hoeken.

Laat men den cylinder den bol langs den evenaar raken, denkt men zich door aardas en de meridianen vlakken gebracht die den cylindermantel snijden, wordt de mantel langs een beschrijvende lijn b. v. een meridiaanbeeld opengesneden en verder in het platte vlak ontwikkeld, dan voldoet alleen de equator aan den eisch der lengtegelijkheid, de parallellen zijn allen even groot en wel gelijk aan den equator.

Daar de parallelcirkels in de richting van de pool in lengte afnemen, en de pool zelf slechts een punt is, maar toch als een rechte lijn even lang als de equator afgebeeld wordt, volgt hieruit dat cvlindrische projecties zich slechts eigenen voor zones van geringe breedteuilgestrektheid, inzonderheid voor streken, wier grenzen op korten afstand ten noorden en zuiden van den equator gelegen zijn.

Voor het aangeven der parallelcirkels wordt niet een functie van den poolsafstand maar een functie van den equatorsafsland of geographische breedte gebruikt

V = f W-

Bij de normale cylinderprojectie is zoowel berekening als teekeniug zeer eenvoudig. Men behoeft in een stelsel van elkaar rechthoekig snijdende lijnen voor een meridiaan slechts het snijpunt met den equator of met één parallelcirkel, voor een parallel slechts het snijpunt met één meridiaan vast te stellen.

Bij niet normale projecties is het snijpunt van een hoofdcirkel met den grondcirkel, (') oorsprong van het coördinaten stelsel. Zijn de geographische coördinaten ? van dat snijpunt vastgesteld, dan kan ook de ligging van het

(') De grondcirkel is de groote cirkel die. by niet normale projecties in de plaats komt van den equator.

Sluiten