Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoofdpunt bepaald worden. Is « het N. W. azimut van den grondcirkel in het snijpunt, zoo is het N. 0. azimul van den hoofdcirkel «' = 90° — « en in den boldriehoek MNP (fig. 25) zijn, wanneer M liet snijpunt, N de Noords-esp. Zuid-) pool, P een te bepalen hoofdpunt is, bekend de zijden

MN = e = 90° — ?

MP = b = 90°

en de ingesloten hoek.

De poolsafstand van P = a en p, het lengteverschil tusschen M en P, moeten berekend worden uit de formules van Gauss

b — c

/? ■+ 7 «' C°S 2 lang -j- - colg — b c

cos —J—

. b — c , sm —-— 3 — y a 2

tang - j- = cotg — b c

sin 2

waaruit p bepaald wordt.

NP = a wordt gevonden uit de Neperiaansche analogiën

a' b — c

a C°S T' C°S ~ÏT

cos _ — q j "

2 . p + 7

sm —r~

a' . b — c

B cos 2' Sm T^-

of sm T = — p _ y •

sin —

Met P is gelijktijdig ook de ligging van het tweede hoofdpunt (tegenpool) bepaald. De beide punten hebben de breedte <?0 en — ?0- Voor het af te beelden gebied worden de snijpunten van het graadnet bepaald en voor deze de azimulale coördinaten a, 3 van uit de hoofdpunten <p0 en — ?0 zoodanig, dat de grondcirkel de grens voor elke berekening vormt. Daar bij normale cylinderprojeeties de equatorsafstand of de breedte den poolsafstand <f vervangt, wordt voor elk netpunt de afstand van den grondcirkel n = 90° — <?, die overeenstemt met de breedte ? van de normale projectie, berekend. De waarden « worden op den grondcirkel van af den coördinatenoorsprong geteld. Is het azimut van den hoofdcirkel in het hoofdpunt <?0 = «, dan verkrijgt men de met de waarden X in de normale projectie overeenkomende waarden ?, door alle « van <*0 af te trekken. Is

a0 — a == I (a0 > a) en

a — «o = ? (a !> ao)j

dan wordt hiermede meteen de ligging van een punt aan een bepaalde zijde van den hoofdcirkel aangeduid en wordt overeenstemming verkregen met oostelijke en westelijke lengte in het normale geval. De coördinaten ?, n

Sluiten