Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De lengte van een boog van den meridiaan, begrepen tusscben twee punten, welker geograpbische breedten j>, en p2 zijn, wordt voor afstanden van 100000 M. nog in milimeters nauwkeurig gevonden uit de formule:

S = p Urn boog 1" [1 -f- '/s P2 ®2 boog2 1" cos2 fm],

waarin: p = f>2 — rlt uitgedrukt in secunden,

f m = Vj (?j + ?j).

Rm, de meridiaan-kromtestraal voor de breedte p m,

log */8 e2 boog2 1" = 6.29247 — 10.

Voor de berekening van den logarithmus tot in aclit decimalen nauwkeurig, heeft men de formule:

log s = log |S Rm boog 1" -f V» M ^2 e2 boog2 1" cos 2 p m. log '/, Me2 boog2 1" = 5.95025 — 10".

De lengte van een boog van den parallelcirkel begrepen tusscben twee punten, wier lengteverschil uitgedrukt in secunden gelijk is aan 1, wordt gevonden uit de formule:

s = rX boog 1".

De inhoud van een trapeziumvormig deel vau het aardoppervlak, dat begrensd wordt door twee bogen van meridianen en twee bogen van parallellen, is te berekenen uit de formule:

I = 2 X boog 1" [A, cos ? m sin 1/2 P—A3 cos 5 f m sin 3/2 p-fA5 cos 5 ? m sin 5/j P —.. ]

a 2 /1 e2 e* \

waarin: A, = al II ^ g" — )

a> = ("¥ + ï8 + )

A.=«'(^+, );

en in getallenwaarden:

log A, = 7.6078327.5 log A3 = 4.655908 log Ag = 1.8341 log 2 boog 1" = 4.9866048.6 — 10,

terwijl X moet worden uitgedrukt in secunden en I in vierkante Kilometers wordt gevonden.

Sluiten