Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elk uitzicht op de zaligheid hem uitgesloten is, met de verzenen ten hemel, dat wil zeggen ter hellevaart gereed, dan zal Hamlet hem treffen. En deze voorspelling komt uit. Hamlet's ontroerend vertrouwen doet hem een heter tijdstip zoeken. Dit werd anders een te ongelijke ruil.

Dat vertrouwen is even teekenend hij Hamlet. Telkens licht hem

een bovenaardsche waarheid in. Wanneer de koning hem naar

Engeland zenden wil, en een huichelend motief opgeeft, prevelt hij

dat een Cherub hem anders zegt. Neen dit opgedrongen tijdstip

is wel het méést ongewenschte, dat men zich voorstellen kan.

Het is alsof Shakespeare expres dit biddend moment heeft willen

uitkiezen om scherper te doen uitkomen wat wel de gewenschte

dood voor zulk een aartsschurk is. Het is alsof hij zeggen wil,

zie, zóó moet de koning niet gedood worden, weet dat, en prent

het in uw brein. Hamlet immers kon gelegenheden te over vinden,

zoo als hij er hier een vond.—Waarom liet Shakespeare den koning

niet dooden ? We hebben gezien dat het een dwaasheid is dit moment

daarvoor aangewezen te vinden. Hamlet heeft geen wraak, die,

klein menschelijk, zich met eigen voldoening te vreden stelt,

hij is een werktuig in de hand van het hoogere. Hij zelf zegt

immers dat hij is uitverkozen:

The time is out of joint; O cursed spite That ever I was bom to set it right!

Hij, de zoon en prins, zinnebeeld van den staat der toekomst, is de verkorene. Maar hoe en hoe herhaaldelijk bejammert dit bloeiende leven het, dat hij tot deze bijna ondoenlijke taak is verkoren. De reden die Jac. van Looy opgeeft, dat Hamlet, zijn plan als een artiest blijft betroetelen, is dan ook de ware niet.

De ware is een andere. Persoonlijke voldoening is 't niet die Hamlet zoekt. Hoe druischt dat alles in tegen al datgene, dat huiveringwekkend hooge Gericht, dat hem kiest en zoekt als den aardsclien rechter. Zijn taak is niet een persoonlijke. Hij moet dezen uit zijn voegen geraakte tijd, weer in haar voegen zetten. En dat sluit meer in.

Dat sluit in dat Hamlet al deze vuigheid en boosheid aan het licht moet brengen.

En nu is het teekenend de plaatsen te lezen, waar Hamlet, Horatio, Bernardo en Marcellus, hun twijfel uitdrukken over het ware hemelsche van die geestverschijning.

Het geloof aan kwade geesten is altijd sterk geweest in den mensch. Zelfs de z.g. ongeloovige, heeft in zijn bekrompen wijsheid nog

Sluiten