Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij Shakespeare, en vooral in Hamlet en King Lear komt dat uit: dat het Heelal onverstoorbaar zijn gang gaat, als achter de handelende figuren om, en heel die bewegende, vloeiende kosmos, van welks elementair geweld in de stem der personen in King Lear de echo doorklinkt, is de bodem, de horizont en de hemel van zijn stukken.

Een stylistische, beduidingsvolle afgerondheid in de stormende gebarenspraak, zinbeheerschingen, geweldig bruischende hartstocht, dat is 't wat in die tijd vaak zoo teekenend samengaat en ook die hartstocht veredeld doet schijnen.

Zoo, in spraak en weerspraak, vingen zij die dithyrambische perioden van elkaar op, bestookten de hartstochten elkaar wederkeerig en werd het als een hemelsch, magisch vuurwerk van poezie. Want lichtend, beeldend was zij vooral. De poezie van Shakespeare is vol echo's en reflexen, vol van een wederkeerig ontvonkende kracht. En bij het sluiten van een tooneel, sluit een mannelijk rijm de periode af, als was het een bekkenslag, of de laatste dreunende stap van een krijger die het tooneel verliet.

Wat Shakespeare in 't bizonder wilde doen uitkomen, herhaalde hij somwijlen. Welk een werk maakte hij van de bezweringsscène, om te doen uitkomen dat het feit der openbaring geheim moest blijven. Hoe beteekenisvol is het gebaar waarmee Hamlet de wacht het zwijgen oplegt. Als een refrein keeren dezelfde motieven in den loop van het stuk terug.

Niet alleen dat onze regie thans Laube's gekleurde potlood te veel vergeten is, ze kon er, herinnerde ze het zich te elfder ure, toch geen nuttig gebruik van maken, omdat ze noch het stuk verstaat, noch de kunst, op een bepaalde periode de aandacht effectvol te concentreeren.

Ook het begrip van dramatische tafereelen-bouw en compositie, waarop ik in een essay over Louis Bouwmeester terug kom, is b\j de moderne regie zoo goed als te loor gegaan.

Door die prachtig afgewerkte, rijke beeldspraak bouwden de acteurs hun fantasiën als hallucinaire daadwerkelijkheid in de geest der toeschouwers op. Zij deden zooals Bouwmeester nu ook nog wel vermag te doen, zij bezwoeren de menigte. Zij hadden een intuïtief gevoel van de draagkracht hunner woorden en gebaren. Zij bespeelden de gevoeligheid der toeschouwers als een orkest. Dat vermogen maakte hen machtii/g. Van dat contact leeft de tooneelMuze.

Sluiten