Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9 Augustus 1« getij.

Friesland: Begin verval 23 + 26 + 0 = 49c.M. Afvoer per getij 2.95 mill. M8.) _

max. . 49 + 12 =61 . , . . 3.25 . J«-W imlL eind „ 49 — 12 =37 „ n „ 2.55 „ [

0.4 (2.55 — 2.95) = + 0.16 ,

Friesche sluis 0.30 „ „ Samen 3.2 mill. M».

Groningen: Begin verval 6+0 =6 c.M. \

max. „ 6 + 12 =18 „ (12 c.M. Afvoer per getij 1.4 „ „ eind , 6 — 12 + 12= 6 j '

toevoer naar den bergboezem 4.6 mill. M8.

Afvoer buitensluizen 2.5 mill. M'. dus toename bergboezem 4.6 — 2.5 = 2.1 , „ rijzing 12 c.M. (1600 + 7 x 12) 1200 = 2.02 „ „

2e g-etij.

Friesland: Begin verval 23 + 26—12 = 37 c.M. Afvoer per getij 2.55 mill. M*.)

„_ , ._ „ 12.68 mill. M3.

max. . 37+ 8 =45 , „ „ 2.80 B „ '

eind , 37 — 18— 1=18 , , „ „ 1.80 „ ,

0.4 (1.80 — 2.55) = + 0.30 „ „

Friesche sluis 0.30 „ „

Samen 2.7 mill. M8.

Groningen: (stoomgemaal)

Aanvangstand bergboezem + 12 j g laagste „ „ + 4l

eind „ + 30

0.4(30 — 12) = + 7*c.M.

gemidd. stand bergboezem +15 aanvangstand Leekstermeer +18) , 9A eind „ , +22| +

gem. verval Leekstermeer-Zoutkamp 34 c.M.1) (bij afv. 2.4 mill.) „ stand Zoutkamp (binnen) : + 14

„ opvoerhoogte stoomgemaal 15 +14 = 29 c.M. Afvoer p. getij 2.4 „ 9 toevoer naar den bergboezem >.i . 5.1 mill. M8.

Afvoer buitensluizen 1.8 mill. M3. dus toename bergboezem 6.1 —1.8 = 3.3 „ „ rijzing 18 c.M. (1768 + 7 x 18) 1800 = 3.4 „ „

') Hoewel bg een gemiddelde opvoerhoogte van het stoomgemaal van 80 c.M. natuurljjk gedurende een gedeelte van het getjj die opyoerhoogte meer dan 30 cM. bedraagt, dus gedurende dat gedeelte van hot getjj de opbrengst minder bedraagt dan 6 X 540 = 3240 Ms per minuut (overeenkomende met 2.4 millioen MJ per getij) en derhalve het stoomgemaal geen 2.4 millioen M3 opbrengt, is toch om de reeds zeer uitvoerige berekeningen nog niet veel omslachtiger te maken de opbrengst steeds berekend naar de gemiddelde opvoerhoogte. Bjj een gemiddelde opvoerhoogte van 30 of ongeveer 80 c.M. wordt dus de opbrengst van het stoomgemaal te groot aangenomen, maar daartegenover staat dat dan in die gevallen de totale hoeveelheid van loozing te gering wordt genomen, door alsdan niet in rekening te brengen de loozing van de Hunsingosluis.

In die omstandigheden toch zal altijd gedurende een gedeelte van het getij die sluis natuurlijk kunnen loozen. De hoeveelheid die het stoomgemaal bjj gemiddeld 30 c.M. opvoerhoogte minder opbrengt door het gedurende een gedeelte van den tijd met meer dan 30 c.M. opvoerhoogte te moeten werken, zal ongeveer 100000 M3 per getij bedragen. Stelt men daartegenover de hoeveelheid door de Hunsingosluis geloosd, dan is binnen de grenzen van afronding (tot 100000 M' per getij) de in rekening gebrachte hoeveelheid van de totale loozing (stoomgemaal + Hunsingosluis) volkomen juist.

Sluiten