Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kelijkheid zijn werk ernstig verminken. Ieder arbeider is zijn loon waard, zoo ook de nijverheidskunstenaar; hij heeft recht op de vruchten zijner studie, op het resultaat van zijn zoeken. De wettelijke bescherming is zooals wij gezien hebben, volstrekt niet schadelijk voor de ontwikkeling van de ambachts- en nijverheidskunsten in het algemeen en zal evenmin de werkelijke künstindustrieelen schaden. Integendeel, zooals gezegd, worden velen reeds nu slechts tegen hun zin gedrongen tot diefstal en namaak. Zijn zij eenmaal zeker van hun eigen producten, zoo zullen zij het niet noodig hebben ook die van anderen te occupeeren. Zijn ook de uitgevers tegenwoordig de ernstigste ijveraars niet voor afschaffing, maar voor verbetering van de wet op het auteursrecht? Natuurlijk, een wettelijke regeling is geen panacee, een goede wettelijke regeling is zeer moeilijk, doch haar te bevorderen aller plicht. Waarlijk de Ambachts- en Nijverheidskunsten, die, behalve haar taak om een invloed ten goede op de gewone industrie uit te oefenen, ook voor het vakonderwijs en het kunstambachtsonderwijs van het grootste belang geacht moeten worden, hebben alle recht op een dergelijke wettelijke bescherming, waar het blijkt dat deze voor een gezonde ontwikkeling van deze kunsten zoo noodzakelijk geacht moet worden.

Het zij der Commissie vergund ook naar aanleiding van verschillende opmerkingen in de enquête geuit enkele principes aan te geven, die volgens haar in een wettelijke regeling zouden thuis behooren. a. De bescherming moet zóó zijn, dat ze zoowel de TOEGEPASTE als de TECHNISCHE kunsten omvat. Mocht er geen regeling te vinden zijn, waardoor beide groepen tegelijk beschermd zouden worden, zoo acht de Commissie een dubbele bescherming noodig, één voor de TOEGEPASTE één voor de TECHNISCHE kunsten; de eerste in aansluiting aan de bescherming der vrije beeldende kunsten, de tweede in verband met een wet op de modellen en patronen van nijverheid. Deze dubbele bescherming wordt o. a. gemotiveerd door het verschillend karakter dier voorwerpen, zooals uitgedrukt in de beide definities in het begin van ons rapport; door de meerder en minder groote gemakkelijkheid waarmede de namaak bij deze twee categorieën geconstateerd kan

Sluiten