Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelfs wil. Zoo licht toch loopen wij gevaar, om door minder edele beweegredenen te miskennen, wat anderen groots en goeds voor ons hebben tot stand gebracht. Gaarne gaan wij tot den arbeid van anderen in, maar zonder de moeite en den strijd te gedenken, welke die arbeid hun heeft gekost. Daarom is het goed, dat er van tijd tot tijd in het leven der volken, der geslachten en der personen een gedenkdag aanbreekt, waarop wij ons zeiven en anderen rekenschap geven van wat God aan geestelijke schatten door anderen voor ons verwerven liet.

Maar daar is nog een andere reden, welke op dezen dag ons tot spreken dringt. Er is, geloof ik, naar waarheid gezegd, dat een mensch eenzaam is in het innigste van zijn zieleleven, althans in het verborgenste van zijn gemoed zich menigmaal eenzaam en verlaten gevoelt. Daar komen oogenblikken waarin de grootste zich klein, de sterkste zich zwak gevoelt en behoefte heeft aan liefde en steun. Juist in die oogenblikken worden deze ons echter dikwerf onthouden; daar zijn Gethsémané's, waarin wij gansch alleen hebben te worstelen. Doch daarna breken toch ook naar Gods beschikking weer de gelegenheden aan, waarin die sympathie en die zielsversterking ons vrij uit en open, zonder gevaar voor misverstand, kan aangeboden en geschonken worden. En dan is het een rijke gunst, van anderer lippen de betuiging te hooren: Gij dacht wel eenzaam en verlaten te zijn, als Elia weleer. Maar het is niet zoo; daar zijn duizenden, die in den strijd der beginselen aan uwe zijde staan; die met U mede gevoelen in uw lijden en worstelen, die U hoogachten om uws werks wil en die U gedenken in hunne gebeden.

Om dat U te zeggen, biedt deze blijde en tevens zoo ernstige dag eene ongezochte gelegenheid.

Het is mij niet mogelijk, in een enkel oogenblik uw leven te schetsen; het is er te lang, te breed en te diep toe. Daar

Sluiten