Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de tweede plaats danken wij God voor den moed des geloofs, welke Hij U schonk. Wij beseffen het thans niet meer, wat het inhield, om voor nu bijna veertig jaren aan de zijde van „den veldheer zonder leger" te gaan staan, en naar links en naar rechts, tegen Fransche en Duitsche wijsbegeerte, tegen ontbinding en vermenging, tegen revolutie en evolutie beide den strijd aan te binden. Wij kunnen het niet meer indenken, wat het geweest moet zijn, om dag aan dag in het heetste van het gevecht te staan, en daarbij niet alleen voortdurend door den tegenstander bestreden, maar ook menigmaal door den vriend miskend en verlaten te worden. Daar was moed, daar was de heldenmoed des geloofs toe noodig. Maar God schonk u dien. En Hij deed U strijden niet alleen, maar ook voor een deel de overwinning aanschouwen. Niet in de toekomst en uit de verte, als Groen van Prinsterer; maar rondom U, in het heden en van nabij, aanschouwt gij de uitkomst van uwe worsteling. Deze dag is er bewijs van. Duizenden brengen U hun hulde en hun dank.

En daarbij kwam in de derde plaats nog de kracht des geloofs, om bij teleurstelling en nederlaag niet terug te deinzen, maar altijd voorwaarts te gaan. Moeite en zorg en leed werd U in uw persoonlijk en huiselijk en ook in uw openbare leven niet gespaard. Gods wegen gaan over bergen en door dalen, en zijn pad leidt dikwerf door diepe wateren. Maar ook dan, als het door de diepte ging, gaf Hij U de kracht, om staande te blijven en uit den druk het hoofd weer omhoog te heffen. De laatste jaren leverden er een sterk bewijs van. Toen er na de nederlaag in 1905 neerslachtigheid heerschte in onzen kring, kwaamt gij van uwe buitenlandsche reis terug; en het eerste woord, dat van uwe lippen vloeide, was een woord van bemoediging en vertroosting. Gij riept het ons toe: Mannen broeders, desespereert niet, de zaak die wij voorstaan, gaat nooit verloren!

Sluiten