Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het Lied wan Juda.

Jesaia, Cap. XXVI.

Het lied van Juda! — Wij ontvingen een sterke stad, door God gesteld. Doet wijd haar poorten openspringen,

dat al het Volk er binnen snelt! Het is het vast besluit des Heeren, dat Hij den vrede zal vermeêren aan ieder, die Hem heeft verbeid.

Vertrouwt op Hem in alle dingen en voor den Heere Heere zingen wij Juda's lied in eeuwigheid.

God buigt den hooggezeten neder;

de trotsche stad doet Hij verstaan, dat Hij, der gruw'len wreker, weder

haar in het stof zal nederslaan. De voet van dien zij heeft vertreden zal, nu ontzet, met luchte schreden op d' ijdlen nek ten reie gaan

en 't pad, dat Gods verlosten loopen stiert, recht en effen, op den open voor hen bestemden Hemel aan.

Wij hebben in den weg der eere en der gerichten U verwacht; tot Uwes Naams gedachtnis, Heere, was ons begeeren dag en nacht. U zocht mijn ziel bij vasten, waken:

Gij liet u vinden en genaken; 'k Ontving wat mij was toegezeid

en 'k mocht ervaren en beseffen: als Uw gerichten de aarde treffen, zoo leert Gij haar gerechtigheid.

Sluiten