Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Nederland terug te roepen tot de oude paden en de krijgsbanier van Koning Jezus te planten.

Zijn arbeid bleef helaas! tot een kleinen kring discipelen beperkt. En in dien kring neemt Bilderdijks geestelijke zoon Isaak da Costa een plaats der eere in. Hij was de man die met zijn scherp zwaard gansch Nederland beroerde. Hij paarde niet slechts het machtig geluid zijner Sionsharpe aan de zangen des grooten dichters, maar stortte zich ook aan Bilderdijks zijde met ontembren moed in den strijd tegen de dwalingen en wanbegrippen der eeuw.

Da Costa zong: „Neen Bilderdijk! wij sidderen niet, schoon hel en wereld woeden''. De groote held uit het verleden was met Luther-moed bezield, toen hij de kruisbanier omhoog heffende, uitriep:

Ik durf den aanval wagen!

(Ik) plant den vaandel op het slot,

Dat de Eeuwgeest dorst bezetten!

Worstelend met den Revolutiestroom, geloofde Da Costa aan de overwinning en „profeteerende een herbloeiend Holland", kwam van zijne lippen: „Zij zullen het niet hebben, ons oude Nederland".

Was Bilderdijk scherp, Da Costa was nog feller dan zijn meester. Zijne bezwaren tegen den geest der eeuw zijn te vergelijken bij scherp gekante steenen, met kracht den verafgoodden eeuwgeest in het gelaat geslingerd. Da Costa streed tegen de duisternissen dezer eeuw, tegen al datgene, waarop de eeuw zich, als op blijken harer verlichting durft verheffen. „Bilderdijk en Da Costa", dat tweetal heeft den weg voor de anti-rev. richting gebaand. Zij waren de voortrekkers. Zij hieven hun heldenzwaard omhoog, om geheel op eigen gelegenheid den vijand aan te vallen. Zij streden tegen de revolutie en strooiden daarmede de eerste zaden, die weldra ontkiemd, straks de eerstellingen voor de antirev. partij zouden afwerpen.

Sluiten