Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft ontvangen in volle levenskracht zijn 70sten jaardag te mogen vieren. Als redactie van een kerkelijk en wel van een hervormd-kerkelijk blad achten wij dit woord van hulde aan dezen genialen zoon van Nederland volkomen op zijn plaats. Wij behooren niet tot de geestverwanten van den „vader der doleantie", wij zijn op meer dan een gebied principiëele tegenstanders van den groot-meester van het neo-calvinisme; wij hebben ernstige bezwaren — vaak bittere klachten — ten aanzien van den „redacteur der Heraut"; maar wij zijn gelukkig niet klein genoeg van ziel, om niet de groote verdiensten van deze buitengemeen rijke en vruchtbare persoonlijkheid vol bewondering te erkennen en nu het oogenblik er voor geëigend is, uit te spreken ook. Voorzeker, de luide jubelschal die als een stemme veler wateren is opgestegen uit de wonder bewogen harten van zijn „gereformeerde volk", dat zijn leider met bijkans afgodische liefde huldigen moet, voegt niet op onze lippen. Eer bekruipt ons op dezen gedenkdag een gevoel van weemoed, als wij indenken wat groote zegen deze „groote in Israël" voor onze Kerk had kunnen wezen, en bedenken, hoe deze Kerk de felste slagen van zijn ijzeren vuist heeft moeten verduren. Maar desniettemin voegt het ons om eerbiedig het hoofd te ontblooten voor een vorstelijke gestalte als de zijne met zóó intense werkkracht en zoo energiek streven, die in Nederland zóó is gehaat en zóo is bemind.

Dr. Kuyper heeft op elk gebied schier geschitterd. Universeel geleerde, die heel het terrein der wetenschap overziet, machtig spreker, die groote en kleine luyden meesleept en betoovert; uitmuntend stylist, die de Nederlandsche taal ongemeen heeft verrijkt; onweerstaanbaar debater, die in parlement en volksvergadering om het even de zege wegdroeg, waar hij sprak; journalist par excellence, die aan de christelijke pers een plaats der eere bezorgd heeft;

Sluiten