Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sluiting van onze christelijke en historische beginselen; en bovendien, hij wierp zich met al de kracht, die God hem gegeven had, op de actueele politiek.

De georganiseerde anti-revolutionaire partij, de Unie „een school met den Bijbel", Patrimonium, een anti-revolutionaire Kamerclub — het zijn alle vruchten van den arbeid van Dr. Kuyper, die hierbij evenwel den onmisbaren steun had van een man als De Savornin Lohman.

Vraagt men nu welk nut deze arbeid heeft gehad, dan is het voldoende voor het antwoord om te wijzen op de tegenstelling van 1837 en 1907. In 1837 vervolging en verachting van het christelijk volksdeel — thans in 1907 hebben vrijzinnigen en socialisten terdege rekening met ons te houden, is er van vervolging geen sprake meer, en genieten wij ten opzichte van het onderwijs een vrijheid, die Da Costa en Groen van Prinsterer moeilijk zich hebben

kunnen indenken.

In 1837 was het liberalisme, toen in zijn conservatieven vorm, de heerschende richting. Een richting, die eenerzijds geen vrijheid toeliet op kerkelijk en schoolgebied en anderzijds niet toestond, dat de bandeloosheid in de maatschappelijke verhoudingen zou worden weggenomen. Tegen die richting heeft Dr. Kuyper jaren lang gestreden. Wat het

liberalisme niet scheen te zien, zag hij.

Dit, dat bij het stelsel van laat-maar-loopen de groote schare van arbeiders moest verbitterd worden; waarom hij dan ook, geheel in aansluiting met den eisch onzer beginselen, reeds in 1874 aandrong op een wetboek op den arbeid, toen al wat liberaal was daarmede den

draak stak.

Thans in 1907 is de macht van het liberalisme gebroken, worden oze vrijheden door die richting niet meer bedreigd; maar is, naar de voorspelling van Groen en Kuyper beiden uit de vrijzinnigheid het socialisme voortgekomen; het

Sluiten