Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo sprak in October 1898 aan de overzijde van den Atlantischen Oceaan Dr. Kuyper in zijn Stone-lezingen. Wie echter nu in October 1907 op de Deputatenvergadering, of waar dan ook, het voorrecht had den Oud-Minister van Binnenlandsche Zaken uit het vorig Kabinet te zien en te hooren, acht zich gelukkig de laatste woorden wel wat in twijfel te mogen trekken. Niet alsof door hem niet alle kracht 40 jaar lang in den strijd voor de Christelijke erfenis zou zijn ingezet, maar vergaan is ze niet en het leven moge ten avond neigen, er zijn ook vele dagen in het jaar, waarop de dalende zon aan den Westerhemel in glans en kracht haar morgen en middag overtreft. Of spreekt het Sabbatslied niet van een vruchten dragen in den grijzen ouderdom, van een vet en groen zijn ook nog in den levensavond, om te verkondigen, dat de Heere recht is?

Meer dan veertig jaren is dit het streven van Dr. Kuyper geweest, welnu we mogen nog goede hope hebben voor de toekomst.

Het spreekt van zelf dat wie zooals hij, onvermoeid, dag aan dag, in kristallen taal inging tegen den geest der eeuw en opkwam voor Gods ordinantiën, daarbij op machtigen tegenstand moest stooten en menig oogenblik van smaad en verguizing doorleven.

Daarom was het een goede gedachte van eenige zijner vrienden zijn 70sten verjaardag, den 29sten dezer maand, te maken tot een dag, die tegen veel kan opwegen. Moge het een weeldedag voor hem zijn, die verheft en sterkt en nieuwen moed doet vinden in de bewijzen van sympathie en medeleven van allen, die eenzelfde beginsel met hem belijden.

Daaraan hebben onze voormannen behoefte.

En kunnen uit den aard der zaak niet allen, die het wel zouden wenschen, hem persoonlijk de bewijzen hunner liefde en hoogachting geven, één ding kunnen we toch

Sluiten