Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zegt deze gastheer, voor zoover het de gezichten rond zijn tafel geldt, evenals de Duitsche Keizer aan boord van zijn Hohenzollern: „Schwarzseher dulde ich nicht", een ander bewijs voor zijn frisschen levenslust is zijn voorliefde voor alle blije, sprekende kleuren. In het diepgeel en goudruin der Rembrandt-tinten, zoowel als in het glanzende rood, dat aan den Franschen smaak herinnert, zoekt hij vervroolijking en verlustiging voor het oog, vermoeid door eentonig zwart en wit. En in scherts en geestigen kwinkslag vindt hij het zoo noodige tegenwicht tegen den ernstigen arbeid, waarop hij zich concentreerde. Zoekt hij alzoo voor het oog, wat het bekoort, en voor het gemoed waar het naar vraagt, het valt u tevens op, dat hij nooit iets ten halve doet. Werkt hij, zoo werkt hij met alle macht verpoost hij zich, zoo doet hij dit ten volle. Evenwel ook dan laat hij den tijd nooit waardeloos voorbijgaan, maar gebruikt ieder oogenblik om nog iets van waarde te bereiken. Worden de boeken op zijde geschoven, dan zijn het de menschenzielen, wier rijkdommen hij tracht op te sporen; en de vindingrijkheid om bij anderen naar boven te lokken wat diep in hen leeft, is niet minder groot dan de vrijgevigheid in het mededeelen van zichzelf.

Dat onder de veelheid van studiën ook de philosophie der kunst Dr. Kuyper's aandacht bezig hield, is genoeg ekend, maar dat hij in de praktijk iets daarvan beoefende weten slechts weinigen. Voor de nieuwe uitgave van den S atenbijbel ontwierp hij de vignetten; ook vermeide hij er zich in naar eigen naam een zinrijk embleem te teekenen at als ex-libris zijn boekerij zou kunnen versieren en tevens enmerken. De spreuk: „Terar dum prosim", „verteren mits dat ik nuttig zij", mag wel herinneren aan de dagen van verguizing en smaad, lang voordat zijn naam op ieders lippen was en de eerbewijzen hem toevloeiden.

Wat verder uw opmerkzaamheid treft bij dezen persoon,

Sluiten