Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kuyper, opdat het trillen van de weemooedssnaar hoog moge overstemd worden door den danktoon onzes harten.

Groen van Prinsterer zaaide en Dr. Kuyper mocht ingaan tot zijn oogst. En als 'taan een volgend geslacht gegeven wordt te oogsten van wat Dr. Kuyper zaaide en in dezelfde verhouding als hij mocht wegdragen van Groen's arbeid, dan hebben wij van zijn arbeid nog te wachten een zegen zoo rijk en overvloedig, dat het ons gaan moge als de Psalmdichter zingt: zij zullen met gejuich maaien.

Wie zou niet wenschen, dat Dr. Kuyper nog lang voor ons gespaard mocht blijven, dat tot in hoogen ouderdom zijn geest krachtig mocht zijn. Wie bidt niet op zijn feestdag, dat God hem schenke nog lang gezondheid en krachten om ons Christenvolk te dienen met zijn buitengewone gaven.

Niet op politiek gebied ligt zijn grootste verdienste; niet ook voor wat hij deed voor de scholen met den Bijbel danken wij het meest op dien dag; niet ook wat hij goeds deed voor de kerken in ons Vaderland stemme ons tot lof, — de rijke zegen, waarvoor wij danken, ligt op het terrein der wetenschap. Zijn geniale geest, zoo machtig omvattend, zijn enorme werkkracht — maar meest zijn vast geloof in het geopenbaarde woord van God, waaronder hij zich gevangen geeft, en dat bij hem zoo schitterend licht over de vraagstukken, die het rijke menschenleven beroeren, dat maakte hem groot. En elke zegen voor school en kerk, voor Vaderland en samenleving, ze was gevolg van zijn beginselen, die hij verbreidde met een ongeëvenaard talent.

Daarvoor danken wij Hem, die ons in Dr. Kuyper een man schonk, als zelden aan een volk, aan de menschheid

gegeven wordt.

Aan Dr. Kuyper onzen heilwensch op 29 October. Dat zijn levensavond glanze in het licht van de bergen, vanwaar ook zijn hulpe is.

Aan onzen God de dank! Hem alleen de eer!

Sluiten