Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woording eener prijsvraag over den arbeid van den Poolschen Hervormer Johannes a Lasco. De werken van dien Hervormer, die voor 't beantwoorden dier prijsvraag noodig waren, zijn bijna alle vernietigd.

In bijna geen enkele universiteits-bibliotheek was iets ervan te vinden. Maar zie, op geheel ongedachte wijze vond Dr. Kuyper een belangrijke verzameling ervan in de bibliotheek van den vader van prof. De Vries, toen predikant te Haarlem. Niet ten onrechte zag de jonge Kuyper hierin een bijzondere bestiering Gods, en van achteren hebben wij nog meer reden om dit er in te zien.

Immers de weinig bekende Hervormer a Lasco was een geestverwant van Calvijn. En door zijn arbeid voor de beantwoording der prijsvraag (die met goud bekroond werd) maakte de jonge Kuyper het eerst kennis met het Calvinisme. En dat hij voor die geestesrichting toen reeds zekere sympathie begon te koesteren, toonde hij, toen hij promoveerde met een proefschrift over de leer over de Kerk bij Calvijn en a Lasco.

De tweede gebeurtenis, die op Dr. Kuyper zeer grooten indruk maakte, was het lezen van een Engelsch boek, dat sedert in het Hollandsch vertaald is en onder ons meerdere bekendheid kreeg. Het is van miss Yonge en is getiteld: „De erfgenaam van Redclyffe".

De hoofdpersoon in dit verhaal is een intelligente maar hoogmoedige jonge man. Maar zijn hoogmoed wordt ten slotte gebroken en hij komt tot verbrijzeling des harten en tot zelfvernedering voor God en de menschen.

En nu was het Dr. Kuyper bij het lezen alsof in de verbrijzeling van dezen Philip de Morville zijn eigen hart verbrijzeld werd. Elk woord van zelfveroordeeling, dat de schrijfster den afgebroken Philip in den mond legt, paste hij op zichzelven toe en het sneed hem als een oordeel over eigen streven en karakter door de ziel.

Sluiten