Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vrede voor zijn hart en helderheid voor zijn bewustzijn vond Dr. Kuyper echter pas, toen hij als predikant te Beesd stond. En het middel daartoe waren zijn eenvoudige gemeenteleden, die, al zagen ze in hem ook hun meerdere, toch zijn dogmatische meeningen met nadruk en beslistheid afwezen. Door gesprekken met deze eenvoudige Orthodoxe gemeenteleden leerde Dr. Kuyper ook voor zijn eigen hart troost vinden in de Gereformeerde belijdenis, die hij tot

nog toe alleen als een historische merkwaardigheid beschouwd had.

Hij zegt daaromtrent in zijn „Confidentie": „Hun taaie volharding is mij de zegen voor mijn hart, het opgaan van de morgenster mijns levens geworden. Ik was wel gegrepen maar had het woord der verzoening nog niet gevonden.'

at hebben zij mij gebracht met hun gebrekkige taal in

den absoluten vorm, waarin mijn ziel alleen rust kan vinden"

Toch verstaat men wel, dat Dr. Kuyper nog niet direct kwam tot al de consequenties, die uit de Gereformeerde leer of uit de Calvinistische levensbeschouwing, met het oog op de eischen en het leven van onzen tijd, voortvloeien op dogmatisch, op kerkelijk, op sociaal, op wetenschappelijk en op staatkundig gebied. Eerst door jarenlange studie en door diep nadenken kwam hij daartoe van stap tot stap.

Op staatkundig gebied ging hij tijdens zijn verblijf te Beesd, evenals trouwens zeer veel besliste Christenen, nog mee met de conservatieve partij.

Het conservatieve Dagblad voor Zuid-Holland en 's Gravenhage was zijn lijforgaan en bij den hevigen strijd over de motie-Keuchenius in 1866 stond hij dan ook vierkant tegenover Groen van Prinsterer.

Van Beesd ging Dr. Kuyper naar Utrecht, waar hij op

10 November 1867 zijn intrede deed in de Domkerk met

een rede „De Menschwording Gods, het levensbeginsel der kerk".

Sluiten