Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij zijn volgelingen wist te doordringen van het besef, dat getuigen niet alles is, maar dat naast het woord, hetwelk recht proclameert, tevens de daad moet staan die recht toekent, ook aan anderen, die recht zoeken. Groot in het talent, waarin hij, meestal verwerend, toch in het beslissend oogenblik wist te slaan. Groot in vaardigheid, waarmee hij wist uit te wijken, wist terug te trekken. Groot in de lenigheid, waarmee hij wist vooruit te springen, om het straks prijsgegeven terrein te heroveren. Groot in de toewijding aan de zaak die hij diende. Groot met het woord, groot met de pen. Groot in de voorbereiding, groot in de uitvoering. Groot in den raad, groot bij de daad. Groot op het spreekgestoelte, groot ook in het ongekunsteld gesprek, waar een eenvoudig woord vaak meer aanhangers verwierf dan een kunstig betoog zou vermogen.

Of er dan geen schaduw valt naast die lichtgestalte? Wie zou het ontkennen? Hoe grooter het beeld, hoe grooter de schaduw, welke het afwerpt, vooral als het licht van ter zijde valt, als het licht daalt aan den gezichtseinder. Maar toch, vriend en vijand erkent het — ook de vijand, die in dagen van strijd smaadrede niet onthield — groot is deze figuur en groot hetgeen hij voor zijn vaderland, voor de politieke minderheden, die toch meerderheid waren in den lande, heeft verricht.

Ver van ons verwijderd, staat in menig opzicht — vooral om de kracht van zijn steil beginsel — deze Calvinist in merg en been. Maar hem mogen ook wij de hulde niet onthouden, dat, zoo hij krachtens dat steile beginsel van ons door een onpeilbare klove verwijderd bleef, hij toch daar waar wij met hem ten strijde trokken, een trouw, een loyaal, een eerlijk bondgenoot geweest is. Een bondgenoot, op wien te rekenen viel, omdat hij de leuze gehuldigd heeft zoowel tegen liberalen als roomschen: ieders goed recht.

Van harte hopen wij, dat het God moge behagen, dezen

Sluiten