Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stelling, die hem ten slotte tot de coalitie-idee van alle christelijke partijen deed overgaan. Dit nu stuitte mij aanvankelijk tegen de borst; het ging eerst niet. Er waren nog maar enkele jaren voorbijgegaan, sinds ik mijn artikelen over den Bartholomeus-nacht in het licht had gegeven. Samenwerking met de roomschen leek mij, zelfs in 1875, zoo niet onmogelijk, dan toch uiterst moeilijk. Daar kwam bij, dat ik door verschillende katholieke Kamerleden niet zeer vriendelijk ontvangen was in de Kamer. Haffmans, Heydenrijck en anderen stonden vaak fel tegen mij over. Slechts met een enkele, des Amorie van der Hoeven, verkeerde ik op beteren voet. De oorzaak was vooral de conservatieve geest van de toenmalige katholieke afgevaardigden, terwijl mijnerzijds het sociale vraagstuk naar voren werd gebracht. De verhouding bleef dan in de Kamer ook aldoor minder gunstig. Maar dit nam niet weg, dat ik allengs toch begon in te zien, hoezeer Groen gelijk had en samenwerking met de katholieken zich opdrong."

„Behalve een anti-papistischen heeft u ook een ongeloovigen tijd gekend?"

„Ja, gij kunt dat lezen in mijn Confidentie. In mijn studentenjaren aan de Leidsche Universiteit dwaalde ik van het geloof zeer ver af. Eerst op het laatst in mijn studietijd begon daarin kentering te komen, en in mijn eerste standplaats, Beesd, waar ik, in 1866 predikant werd, brak krachtig mijn tegenwoordige overtuiging door. Merkwaardigerwijze had ik daarbij veel te danken aan den onderwijzer der openbare school Kievits."

„Was u toen reeds als schrijver opgetreden?"

„Ik had als student een prijsvraag beantwoord, waarvoor ik een gouden medaille kreeg. Daaruit maakte ik mijn proefschrift. Voorts gaf ik te Beesd reeds in twee deelen de werken van a Lasco uit, en schreef in Moll's Kerkgeschiedenis meerdere artikelen. Kort nadat ik te Utrecht kwam, werd

Sluiten