Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleine vonken spet, schaloos haar overrijkdom luchten. Anders wordt het echter als zij in groote eerzuchtvlammen uitlaait. Als zij dan tevens samenhuist met qualiteiten van bekoring door 't gesproken en 't geschreven woord èn door persoonlijken omgang, qualiteiten die de rattenvanger uit het sprookje zou benijden, dan weet men niet waarheen zoo'n phantasie kan voeren. En dan wekt zij, als men haar ziet spelen met het roer des lands, allengs in breeder kringen onrust.

Zoo ging het,* onder Dr. Kuypers ministerie, toen hij meer en meer 'scheen in te grijpen in de buitenlandsche aangelegenheden en den Minister die voor dat departement verantwoordelijk stond, allengs meer weg deed slinken tot zijn schaduw. Kuypers machtsvolkomenheid (door een van zijn meest rhetorische volgelingen in de Kamer fluks bewonderend omschreven als zijn «volle ministerieele cirkelvormige lichtprojectie . . .!) deed den Nederlandschen middenman zeer onbehaaglijk aan. Hoe luider Kuyper's kuyperlingen Kuypers lof verkondden en een blinde geestdrift voor zijn doen en laten in den lande trachtten aan te wakkeren, en hoe meer zijn „ministerieele lichtprojectie" den volkomen cirkel naderde, alles en allen, laatstelijk ook een Lohman (lacie!) overduisterend, des te banger werd het genen Nederlandschen middenman te moede, die gemeenlijk met „de politiek" (dat is: 's lands zaken) zich gansch niet bemoeit en eerst als 't hem héél gortig wordt gemaakt, zich uit zijn rust verheft. Hij had, die Nederlandsche middenman, in 't Parlement reeds een Van Houten uitgezonden, Kuyper tot een wachter, daar hij ingezien had dat, alleen in 't heele land, Van Houten Dr. Kuyper staan kon (Van Houten, wien hij later weer den bons zou geven, toen deze Mohr zijn Schuldigkeit gedaan had en toen Dr. Kuyper was gevallen), maar tot wat kon nochtans Dr. Kuypers roerige eerzucht in het buitenlandsche èn zijn machtsvolkomenheid in 't binnenlandsche niet al leiden ! De Neder-

Sluiten