Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over zijn veel vaker vergissingen geweest, dan door oppervlakkige beschouwers van zijn stijl wel is vermoed. Middellijk echter draagt Dr. Kuyper, als leider immers van zijn blad, de verantwoordelijkheid voor de wijze waarop daarin is omgesprongen met de waarheid.

Nu dient nochtans dit wèl onder 't oog te worden gehouden : dat er tweeërlei waarheidskrenking zijn kan, eene die uitgaat van een moreel defect, van lage leugenachtigheid, een andere die spruit uit de zucht om een hoog doel te dienen, zonder daarbij óverkeurig te zijn op 't stuk der middelen. De tweede soort is stellig zeer gevaarlijk; met vuur speelt hij die zich van haar bedient, maar ze is toch even stellig van zeer veel hoogere orde dan de eerste. Die twee verhouden zich als de geniale geestelijke krachtmensch, die zich boven de gemeene wet plaatst en voor zich een andere zedevorm opeischt, tot den vulgairen leugenaar die doelloos liegt, uit aangeboren minderwaardigheid.

En Dr. Kuyper is niet luttel onbevreesd als iets of iemand hem weerstaat in 't jagen naar zijn doel. Dan rijdt hij over vriend en vijand heen. Dan sluit hij ook zijn groote goedheid tijdelijk weg.

Zijn goedheid. Want ziedaar weer iets waarin hij met Mr. Van Houten overeenstemt. Op 't stuk van waarheid, van echtheid is er tusschen hen een schril contrast. Van Houten een-en-al ware eenvoud in denken en gedragen, geen schijn maar wezen — Kuyper een vreemde mengeling van echten, waren, grooten eenvoud en schijnsimpelheid, óók, en niet het minst, in zijn gedragingen. Gevolg trouwens ook voor een deel van Dr. Kuyper's naïviteit, een eigenschap die zijn Groninger tegenstander ganschelijk mist, doch die hèm heel niet vreemd is, hoe ongelooflijk dat ook moge schijnen bij een man die overigens toch zoo slim, ja zelfs zoo sluw bleek. Een naïviteit die nochtans onmiskenbaar is voor wie den man met aandacht heeft

Sluiten