is toegevoegd aan uw favorieten.

Kuyper-gedenkboek 1907

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werkzaamheid aan. In welken levensstaat we hem wellicht nog eens zullen terugvinden is moeielijk te voorzeggen, wijl men daarmede het terrein der onbegrensde mogelijkheden zou komen te betreden.

Wenschen wij onzen beroemden landgenoot, wiens faam ver over landen en zeeën gaat, daarom toe, dat hem nog lang de lichaamskracht geschonken blijve om het rijke en veelomvattende programma van zijn levenstaak — niet af te werken, want daarvoor zouden véle menschenlevens noodig zijn; maar dan toch er nog eenige van de nummers van te kunnen uitvoeren, die hem in den zin van de bede van Da Costa het dierbaarst zijn, het naast aan het harte liggen.

Eigen Haard.

Dr. A. Kuyper, anno aetatis LXX.

Ja, het staat er: Anno aetatis LXX. Maar al weten we, dat het zoo is, wie gelooft er zijn oogen?

Dr. Kuyper onder de emeriti . . . Maar dat kan immers niet zijn! „Gij, op de lijkbaar?" riep de dichter Schaepman uit bij het verscheiden van zijn vriend Josephus Alberdingk Thijm. Dr. Kuyper, nog bij volle kracht; juist dezer dagen in zijn Om de oude Wereldzee weer getuigenis gevend van ongetemperde en schier ongeëvenaarde energie — hij zou behooren tot hén, wien een onzer zonderlingste Landswetten, zoo zij daartoe in de termen vallen, voorschrijft nu dan ook rust te nemen?

Zeggen we niet kwalijk-berustend: „de tijd staat dan toch voor niets". Herinneren we ons liever het weemoedige woord van den Psalmist: „Aangaande de dagen onzer jaren,