is toegevoegd aan uw favorieten.

Kuyper-gedenkboek 1907

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jeugd en trok hem sterk de zee, eerlang kreeg hij de studie lief, en vonden de professoren De Vries, Fruin en Scholten in hem een dankbaren leerling.

Jaren lang leefde de jongeling ver van God, totdat hem „den vinger Gods" deed opmerken een zeer verrassend vinden van de uiterst zeldzame Lasciana, die hem voor zijn eerste studiewerk — het beantwoorden van een prijsvraag over het kerkelijk vraagstuk ten tijde van Calvijn en den Poolschen hervormer a Lasco — onmisbaar waren. Eerlang doorleefde hij die geheimzinnig-machtige ontmoeting met den Absolute, die men in Methodistische kringen „de bekeering" noemt. Hij vond zijn beeld geteekend in Philipp de Morville uit Miss Yonge's fijnen psychologischen roman The heir of Redclyffe, en diens zelfveroordeeling werd de zijne voor God.

Na op 20 September 1862 tot theologiae doctor gepromoveerd te zijn, aanvaardde Kuyper het pastoraat over 't kuddeke te Beesd; daar leerde hij in een gezelschap van „malcontenten" — echte „duisterlingen" — een der overblijfselen kennen van het oud-calvinistisch denken en voelen, dat — naar Fruin's beschouwing — eenmaal in de Nederlanden de macht van den opstand en de bezieling tot nieuwe nationale levensontplooiing is geweest. Wat hij bij Calvijn las in prachtig latijn, hoorde hij hier in absoluten vorm naklinken in de bevindelijke „tale Kanaans" dezer „vromen", en de overtuiging van de juistheid en levenskracht van het in de confessie der Gereformeerde Kerken uitgesproken geloof werd sterk in zijn ziel. Hij zag „de stad Gods". Hij zag in haar voorbereiding, ontstaan en ontwikkeling de Pinkstergemeente. Hij zag haar in haar katholieke vorming, in haar Roomsche verbastering, in haar reformatie in de 16de eeuw. Hij zag haar belijden de eeuwige Waarheid. Hij zag dit in een glanspunt ter groote Dordtsche synode; hij zag de lijn der leerontwikkeling steeds zuiverder