Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en scherper getrokken door Voetius, Owen, Comrie. Hij voelde zich geroepen om die lijn door te trekken. In Kuyper ontwaakte de Calvinistische Dogmaticus. Dat is de binnenste Kuyper. 'tWerd zijn innigst begeeren een Gereformeerde Dogmatiek te schrijven. Hij heeft een Encyclopaedie der Heilige Godgeleerdheid — een heerlijken granietbouw — gegeven, voor de Dogmatiek in stapels dictaten en in kamerhoogten Heraut-artikelen rijken voorarbeid geboden; doch dit zijn hoogste levensideaal bleef ongerealiseerd.

Sedert 10 November 1867, toen Kuyper met zijn intreerede in Utrecht's dom de scharen had verrukt, begon het Nederland der verlichte 19de eeuw het vreemde phenomeen te zien van een machtigen Calvinus-redivivus, die den indruk maakte van hooge wetenschappelijkheid en toch — wat pijnigend raadsel! — de moderne wetenschap wegwierp, en de alleroudste orthodoxie uit de musea te voorschijn haalde en ze als zijn vaste geloofsovertuiging poneerde.

Het intellectualisme was juist begonnen zich te vleien met 't nabij-der-verdwijning-zijn van alle geloof aan spoken, daemonen en mirakelen; de schommelbeweging-theorie der volkomen geleidelijke ontwikkeling liet zelfs geen sprongvariaties toe; alle mysteriën des levens werden doorkeken en ontmaskerd; materialistisch zou eerlang alles volkomen zijn verklaard; bijgeloof en dweepzucht hadden, gelukkig! — hun tijd gehad; het gezond verstand genoot reeds 't voorgevoel van een volkomen triumf.

Daar trad een jonge man van hoog-wetenschappelijke kracht en geweldige debater-power op en daagde den Geest der Eeuw uit ten kamp op leven en dood. Dit absolute raadsel schokte. Wie was die man? Wat bedoelde hij? Er scheen slechts keuze te wezen tusschen dweper en intrigant . . . Een gevaarlijk man, dat was hij zeker!

En die man was een geweldenaar. Hij ontzag niemand

Sluiten