Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan de Leidsche Universiteit studeerde Dr. Kuyper niet alleen Theologie, ook aan de Letteren wijdde hij zich onder Cobet en De Vries. Zijn onovertroffen stijl, krachtig en klaar, keurig en weelderig tegelijk, heeft hij natuurlijk niet aan academische voordrachten of oefeningen te danken, maar de invloed van De Vries op zijne taal- en letterkundige opvattingen is niet te miskennen. Beide, zijn natuurlijke aanleg en de leiding, die hij aan de Universiteit ontving, stelden hem in staat in latere jaren aan de Vrije Universiteit colleges te geven in linguïstiek en geschiedenis der Nederlandsche Letterkunde voor eene overvolle gehoorzaal, colleges, die onvergetelijk zijn voor allen, die het voorrecht hadden ze te mogen volgen. Aan wie dat voorrecht misten, kunnen twee uitgegeven studiën, Het Calvinisme en de Kunst en Bilderdijk herdacht, eene voorstelling geven van Kuyper's kennen en kunnen, inzichten en bedoelingen op literarisch en op kunstgebied. Men merkt dat hij, wat de richting in het algemeen betreft, meer romanticus is dan classicus. Dit is echter van minder belang; wat den dieperen grond betreft, merkt de lezer reeds spoedig, dat Kuyper den strijd voor de hem heilige beginselen ook hier voert op meesterlijke wijze, steeds met scherpen blik het zwakke punt in de wapenrusting van zijn tegenstander bespeurend, zijn eigen stelling met den gloed der overtuiging en de rijke middelen eener nooit te kort schietende welsprekendheid verdedigend.

Geschiedenis en wijsbegeerte blijven onder de theologische en philologische vakken bij Kuyper meer op den achtergrond, doch waarlijk niet omdat zijn kunnen daar tekort zou schieten. Zeker, het geduldig en moeizaam onderzoek van den historicus en het abstracte denken van den philosoof strooken niet zóó met zijnen aanleg, dat hij aan deze wetenschappen ziin leven zou kunnen wijden. Hij behoort tot die poneerende en imponeerende geesten, die de natuurlijke

Sluiten