Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In z'n paperassen schommelend. Z'n stukken en bescheiden ordenend, — op doodgewone, ietwat-familiare manier, zooals een die gesprekje-onder-ons voert, deed hij „aan kant" opmerkingen, welke „van de tweede en derde orde waren ... Gaandeweg, langzamerhand, werd hij krachtiger, suggestiever, meer b'oeiend. Wies aan de beteekenis van 's ministers rede. In de Kamer was 't dan steeds doodstil. De tribunes, openbare en gereserveerde, propvol. Bij het minste gedruisch in de zaal, als er een hoestte of wanneer er gefluisterd werd, dan hoorde men dadelijk van die ongeduldig-nerveuse „sst's" en „stil-toch's". Schoon van klank is Dr. Kuyper's stem niet. Iets krakends, knarsends; is erin te ontwaren. Van zalvenden „spreektoon" is zijn voordracht volkomen vrij. Sober, zonder eenig vertoon of „aanstellerij", is ze gewis. Zij bekoort bovenal door het gemak, waarmee a. h. w. gespeeld wordt met het onderwerp, hoe lastig dit ook moge wezen. Rijkdom van gedachten en spitsvormige contra-argumenten worden over de vergadering als uitgestrooid met de lenigheid van den geboren-debater, en geboren-publicist. t Blijft door zijne soberheid, en tegelijk door zijne kracht, aantrekkelijk. En wanneer dan, eindelijk en bij uitzondering, de spreker wat „gloed" brengt in zijne rede, ook naar den uiterlijken vorm, dan maakt dat dubbelen, geweldigen indruk op de aanwezigen... Tot Dr. Kuyper's vernuftig-strategische parlementaire tactiek behoorde ook, het sparen van zijn beste, kostelijkste argumenten tot het tijdstip, waarop z'n tegenpartij uitgeput was, zich moe had gepraat en al z'n kruit had verschoten...

Dat heb ik herhaaldelijk bijgewoond. Men vond: neen, Kuyper is nu bepaald zwak geweest. Hij valt me deerlijk tegen. De vijanden van Groen's „leerling en opvolger' , zooals Dr. Kuyper zichzelf bij de feestviering noemde, wreven zich bereids vergenoegd in de handen.

Een oogenblikje geduld: ... Zij stormden, in dichte,

Sluiten