Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik er vele onder m'n vrienden geteld... Ja, ik heb nog véél te zeggen, en ik hoop, dat ik er den tijd voor vinden zal..."

Dat bracht me tot 'n vraag, die ik bewaard had voor het laatst, maar die ik toch stellen wou, zoo op 't kantje af...

„En als u nu nóg eens minister wordt . . .?"

„Dat zou m'n laatste verkiezing wezen", antwoordde hij dadelijk resoluut.

„Ja", zei ik, ondeugend misverstaande, „maar als u bij die laatste verkiezing gekozen werd, en als het volk u tot de regeering riep . . .?"

„Dan zou ik doen, wat ik mijn plicht zou achten. Maar je weet niet, hoe de werkzaamheden aan zoo'n departement zijn toegenomen* vooral door uitbreiding der bevolking. Kijk, als je ouder wordt, dan mis je de bemoediging van je oude vrienden. Zoo velen van hen sterven jong. Als ik nu menschen spreek, zijn het vaak reeds de kinderen van m'n vrienden, met wie ik heb samengewerkt in het leven ... Ik heb gedaan, wat ik vond te doen, en ik heb altijd getuigd voor mijn geloof, en dat is me dan dikwijls kwalijk genomen . .

„Vergelijk den bakker van Hoséa . . .", zei ik stout.

En toen glimlachten we samen. En met 'n handdruk, en 'n woord van gestamelden dank voor het geestelijk genot van zulk 'n onderhoud, ging ik heen. En op straat liep ik te verwerken, wat ik allemaal gehoord had, en prenten wilde, ter bewaring, in mijn geheugen.

Dr. Kuyper wordt heden zeventig jaar . . .

Vandaag is het voor hem, na langen werktijd, een rustdag. En daarom wijdde ik hem heden een woord uit den psalm voor den Sabbathdag:

„Moge hij nog frisch zijn in de grijsheid, krachtig, en jong, als 'n groene boom . .

KIJKER.

Sluiten