is toegevoegd aan uw favorieten.

Kuyper-gedenkboek 1907

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mannen als Meyboom en Steenburg in „de Vrijheid"; G. van Gorkom in „Los en Vast", en zoo vele anderen hebben deze stichting, en het Calvinisme van Kuyper gecritiseerd — maar Kuyper ging voort en zag zijn doel bereikt op 31 October 1878 in de stichting van de „Vrije Universiteit" op gereformeerden grondslag.

Op 17 Augustus van dat zelfde jaar zie ik hem staan op Het Loo, pleitende voor Willem III zijn „Calvinisme ook op de school." En wat een zee van herinneringen wekten niet op de eerste maanden van 1886. Kuyper stichtte toen zijn „Doleerende Kerken". Als een bliksemschicht uit een onbewolkten hemel klonk het in den morgen van den 7den Januari 1886 door Amsterdam: „Kuyper heeft van nacht de Nieuwe Kerk ingenomen." En het was maar al te waar. Kuyper met een honderdtal volgelingen had den avond te voren zich toegang verschaft en er in gekomen hadden zij door ijzeren bouten de deuren gebombardeerd. Niemand had toegang dan hunne vrienden. Dit duurde meer dan 5 weken. Dit gaf aanleiding tot een lange rij van geschriften door Vos, Hoogerzeil, Bronsveld en honderden anderen, en er kwamen romans uit als „Kippeveertje, of het geschaakte meisje", door Cossinus. Op de schouwburg-planken zong men zelfs:

Betje Eendracht op de dam Die stond daar vreemd te kijken Toen daar een zekeren Abraham Als vechtersbaas ging prijken.

(Het monument op den Dam vóór de Nieuwe Kerk geplaatst wordt algemeen genoemd „Betje Eendracht").

Maar al dat geschrijf en gewoel beangstigde Kuyper niet. „Het conflict gekomen", schreef hij — en in een breede rij van geschriften toonde hij zijn goed recht aan.

Een van de eigenaardigste anecdoten uit die dagen, dat historisch genoemd mag worden, is wel deze: Als koster