is toegevoegd aan uw favorieten.

Voorbeelden ten behoeve van het onderwijs in de tactiek tegen den inlandschen vijand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-op bladz. 45 in „De verlaten posten in Groot-Atjèh" door Gr. B. Hooijer), uit welke opstellingen zij dadelijk haar vuur opende (4.45 v.m.)

De plaats, c. q. marschrichting der verschillende brigades is aangegeven op bijbehoorende schets (bijlage IV).

De afdeeling, welke aanvankelijk aangewezen was tot reserve, werd al zeer spoedig door den commandant der marechaussee in gevecht gebracht, omdat de tegenstand, welke door de Atjèhers op de N.-face geboden werd, zóó hevig was, dat de krachten van één afdeeling (4 brigades) te gering bleken om die te breken; bedoelde reserve kwam slechts een oogenbük later voor de hoofdpoort in de versperring (N.-face) aan dan de afdeeling, die met den aanval op die face was belast.

De afdeelingscommandant, die den aanval op de Z.-face leidde, had de 5de brigade als reserve achtergehouden, omdat hij bij zijD omtrekkende beweging een pas aangelegde versterking voorbij gekomen was en derhalve beducht was voor het optreden des vijands in zijn rug. Eerst toen hij zag, dat de 8ste brigade te zwak was om den weerstand des vijands bij het Z. O.-bastion te overwinnen, deed hij bedoelde brigade te hulp snellen waarna de Atjèhers in dat bastion terugweken.

De 1ste compagnie 3de bataljon, die even na de reserve aankwam voor de poort in de versperring aan de N.-face, liet op bevel van haren commandant 1 peloton buiten de versterking in reserve, terwijl het andere onder aanvoering van de sectie-commandanten ook over versperring en boi stwering der N.-face binnen de versterking drong. Terwijl het 1ste peloton alzoo deel nam aan het handgemeen, werd van het 2de peloten 1 sectie aangewezen om binnen de versterking stelling te nemen bij de N.-face tegenover een huisje, waarin zich nog vijanden bevonden. De andere sectie van dit peloton wendde zich op verzoek van een der gewonde officieren van de marechaussee tegen den N. O.-saillant, waar zich nog steeds vijanden ophielden. Deze hadden zich teruggetrokken in het daar

2