Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

buiten op) en de kapotjas er omheen, woog deze zak ongeveer 7 K.G.

Deze veldzak kon als ransel (op den rug) of als broodzak (over den schouder) gedragen worden. Bij hevige regens werd hij omgekeerd gedragen om te voorkomen, dat de inhoud nat werd.

Het pioniergereedschap der infanterie was in de garnizoenen achtergelaten, doch in het park der genie waren pioniergereedschappen voor 2 bataljons aanwezig.

B. Cavalerie. Het medevoeren van de sprei geschiedde onder het zadelkussen.

In de poetszakken werden medegevoerd: een verschooning, een reserve blauwe broek, de kwartiermuts , roskam en borstel, zoodat in den rechterpoetszak gemakkelijk een met thee of koffie gevulde vierkante flesch geborgen kon worden. Op die wijze was het mogelijk de veldflesch achter te laten, die vooreerst te weinig kan bevatten en die overigens voor den ruiter, wegens de voor hem onpractische draagwijze, zeer lastig en onhandig is.

Minstens 1 K.G. gaba per paard werd medegenomen en wel in den mondzak aan den achterlepel bevestigd, ter linkerzijde van het paard afhangende. Hierdoor werden schavingen van den rug voorkomen.

Aan pioniergereedschap werd per peloton medegevoerd:

4 patjols met schoen,

4 golloks met scheede,

2 gereedschapstasschen, elk bevattende 1 hamer, 1 nijptang, 1 kleine zaag, 1 vijl, 2 rollen bindtouw en 1 pakje draadnagels.

Sluiten